In “Exploring Israel’s assault on truth, reason and respect …with touches of Hume, Hobbes and Hannah Arendt” stelt filosoof Peter Cave dat de Israëlische overheid tijdens de oorlog rond Gaza 2024/2025 systematisch waarheid, redelijkheid en respect ondermijnt. Hij begint bij David Hume: wanneer twee ‘wonderen’ botsen—ofwel dat een massaal aantal onafhankelijke waarnemers liegt, ofwel dat één partij met groot belang liegt—verwerpt de rationele denker het grotere wonder. Cave past dit toe op Israëls herhaalde “geen blokkade”-stelling: volgens Israël was er geen door haar veroorzaakte hongersnood of ernstige tekorten in Gaza; als er al tekorten waren, lag dat aan Hamas of hulporganisaties. Daartegenover staan medische teams in Gaza, NGO’s (waaronder MSF, Oxfam, Save the Children, Rode Kruis/Rode Halve Maan, UNICEF, UNRWA) en internationale instanties die langdurige tekorten, ondervoeding en een door mensen veroorzaakte hongersnood rapporteren. In Humeaanse termen is het veel waarschijnlijker dat Israël—met duidelijke motieven—misleidt, dan dat al die bronnen gezamenlijk onjuist of kwaadaardig zijn.
Cave wijst erop dat Israël onafhankelijke journalisten nauwelijks toeliet, terwijl het toch de betrouwbaarheid van externe rapportages in twijfel trok. De staakt-het-vuren-afspraak van 11 oktober 2025, waarin staat dat voldoende hulpgoederen Gaza binnen moeten komen, impliceert bovendien dat dit eerder niet (voldoende) gebeurde. In bredere zin beschrijft Cave het immense menselijk leed door bombardementen, verwoesting van infrastructuur en massale ontheemding. Hij erkent expliciet dat deze kritiek op Israël geen vergoelijking van Hamas is en merkt op dat niet alle Israëli’s of Joden het regeringsbeleid steunen.
Vervolgens analyseert Cave Israëls “antisemitismekaart”: scherpe kritiek op de blokkade en de burgerdoden wordt al te vaak als antisemitisch bestempeld. Filosofisch ziet hij hier een begripsverwarring: ofwel wordt “antisemitisme” definitorisch opgerekt (wie het Israëlische beleid afkeurt, is per definitie antisemitisch), ofwel wordt een empirische universele claim gemaakt zonder falsificatiemogelijkheid. In beide gevallen verdwijnen cruciale onderscheidingen uit beeld—iets wat Hume (empirisme) en later Wittgenstein (“I teach you differences”) zouden afwijzen. Cave pleit ervoor te onderscheiden tussen (a) hatelijke vijandigheid tegen Joden als Joden en (b) politieke of morele bezwaren tegen het beleid van de Israëlische staat of tegen religieus-culturele praktijken—zoals zijn voorbeeld van “Hannah” die orthodox-Joodse gebruiken bekritiseert zonder Joden te haten.
Met Hobbes illustreert Cave hoe een alomvattende psychologische these (iedereen handelt uit eigenbelang) alsnog onderscheid vereist tussen types handelen; analoog daaraan moeten we binnen het brede label “antisemitisme” onderscheid maken. Hannah Arendt herinnert ons er tegelijk aan dat persoonlijke voorkeuren (met wie je vakantie viert) iets anders zijn dan publieke discriminatie. Die grens is filosofisch lastig, maar noodzakelijk.
Tot slot wijst Cave op juridische structuren die ongelijkheid bestendigen, zoals de Basic Law: Nation-State of the Jewish People (2018) en de Law of Return (1950), die nationale zelfbeschikking en automatisch staatsburgerschap exclusief aan Joden toekennen, terwijl Palestijnse families die vóór 1948 in het gebied woonden geen vergelijkbaar recht op terugkeer hebben. Voor Cave onderstrepen deze regels de noodzaak om waarheid, redelijkheid en respect te herstellen: waarheid door serieuze weging van bewijs (Hume), redelijkheid door heldere begripsafbakening en proportie, en respect door het erkennen van het lijden van burgers én het beschermen van gelijke rechten in de publieke sfeer. Hij besluit dat zowel Israël als Hamas de plicht hebben om waarheid en menselijkheid niet verder te ondergraven—een opdracht die begint bij het herstellen van onderscheidingsvermogen in taal, recht en politiek.
Bron: Peter Cave, “Exploring Israel’s assault on truth, reason and respect …with touches of Hume, Hobbes and Hannah Arendt,” Daily Philosophy, 26 oktober 2025.