(Samenvatting van het artikel van Petrică Nițoaia, gepubliceerd op 21 september 2025)
In zijn scherpe analyse “What would a Stoic do in the digital age?” onderzoekt Petrică Nițoaia hoe het antieke stoïcisme in de eenentwintigste eeuw wordt misbruikt, verdraaid en soms zelfs omgekeerd gebruikt – niet langer als een leer van deugd en wijsheid, maar als een digitaal wapen van oppervlakkige zelfhulp, toxische mannelijkheid en politieke manipulatie.
De auteur opent met een herkenbare scène: een zelfverklaarde “man van cultuur” citeert Marcus Aurelius, maar aanbidt tegelijk Jordan Peterson, Andrew Tate en Elon Musk. Dit type figuur symboliseert wat Nițoaia aanduidt als het nep-stoïcisme van onze tijd: een leeg imago van intellectuele beheersing dat de oorspronkelijke morele kern van de leer verdoezelt.
Hij onderscheidt vijf moderne mutaties van deze filosofie:
- Life-hack Stoïcisme – gereduceerd tot zelfhulp of productiviteitstrucs, gepromoot door influencers en AI-gegenereerde “wijsheden”.
- Corporate Stoïcisme – gebruikt door bedrijven om werknemers te laten berusten in uitbuiting en overwerk (“gaslighting met een glimlach”).
- Billionaire Stoïcisme – een ideologische witwaspraktijk voor miljardairs als Musk of Bezos, die zichzelf presenteren als rationele wijzen.
- Alpha-male Stoïcisme – stoïcisme als intellectueel masker voor seksisme en regressieve machtsfantasieën.
- Bro-ïcisme – een karikatuur van emotieloze mannelijkheid die kwetsbaarheid als zwakte ziet.
Volgens Nițoaia voedt deze vulgarisering van de leer de bredere anti-intellectuele en techno-fascistische bewegingen in het Westen. Stoïcisme wordt zo een decorstuk voor autoritaire esthetiek: Grieks-Romeinse beelden, discipline, kracht, maar zonder morele reflectie.
De auteur wijst op het misbruik van figuren als Epictetus, ooit een tot slaaf gemaakte filosoof, wiens lessen vandaag worden vervormd tot neoliberale slogans als: “Als slaven konden werken, kunnen wij het ook.” Zulke uitspraken – zoals die van influencer Alex Hormozi – tonen hoe kennis tot propaganda kan worden.
Toch benadrukt Nițoaia dat de fout niet bij Seneca of Zeno ligt, maar bij hun moderne interpreten. Het oorspronkelijke stoïcisme pleitte voor kennis, rede en deugd, niet voor berusting in onrecht. Waar het vulgaire stoïcisme leidt tot apathie, kan een authentiek stoïcisme juist aanzetten tot morele en maatschappelijke betrokkenheid.
Hij noemt het voorbeeld van vegetarisme: hoewel antieke Stoïcijnen er weinig over schreven, kan de rede – het leidende principe van de leer – ons nu tot een ethisch standpunt brengen dat respect toont voor leven en lijden.
Nițoaia sluit af met een waarschuwing én een oproep. Stoïcisme is uitgegroeid tot een miljardenindustrie waarin emotiebeheersing wordt verkocht als een product. Maar wie werkelijk een Stoïcijn wil zijn, moet verder kijken dan memes en zelfhulpcitaten: naar de liefde voor kennis die de oude meesters centraal stelden.
Hij citeert Donna Zuckerberg, die stelt dat moderne stoïcijnen niet alleen oude teksten moeten verdedigen, maar actief moeten waken tegen de manieren waarop deze leer machtsstructuren bevestigt. Alleen zo kan het stoïcisme opnieuw dienen als geneesmiddel – niet als ideologisch verdovend middel.