Stel dat je geld op een spaarrekening hebt staan waarvan je vrij zeker weet dat je het de komende vijf jaar niet nodig hebt, maar waarvan je wel de zekerheid wilt behouden dat je er tussentijds bij kunt als dat nodig is. Een deposito met een vaste looptijd valt dan al snel af, omdat je je geld vastzet en flexibiliteit inlevert. Tegelijkertijd is de spaarrente, zelfs bij de huidige ECB-rente, vaak niet hoger dan zo’n 1,5 à 2 procent per jaar. Dat roept de vraag op of het mogelijk is om met een beperkt en beheersbaar risico een aantrekkelijker rendement te behalen, zonder je geld volledig vast te zetten. In dat kader kan een goed gekozen obligatie interessant zijn: een belegging die regelmatig inkomen uitkeert, dagelijks verhandelbaar is en dus altijd verkocht kan worden als je tussentijds over je geld wilt beschikken.
Stel dat je als eurobelegger €1.000 investeert in de bedrijfsobligatie van McDonald’s, met een coupon van 5,15%, een actuele koers rond 93,56 en een resterende looptijd tot 2052. De obligatie noteert in Amerikaanse dollars, waardoor valutabewegingen een belangrijke rol spelen in het uiteindelijke resultaat.
Bij een startkoers van EUR/USD 1,07 wordt je €1.000 omgerekend naar ongeveer $1.070. Tegen een obligatieprijs van 93,56 betekent dit dat je voor dit bedrag circa $1.144 aan nominale waarde McDonald’s-obligaties kunt kopen. Over die nominale waarde ontvang je jaarlijks 5,15% coupon, wat neerkomt op ongeveer $58,90 per jaar. Over een periode van vijf jaar ontvang je daarmee in totaal circa $294,50 aan couponinkomsten. Dit is echte, uitgekeerde cashflow en vormt de kern van het rendement van deze belegging.
Als we aannemen dat de marktrente en de kredietwaardigheid van McDonald’s in die vijf jaar niet wezenlijk veranderen, mag je verwachten dat de obligatiekoers na vijf jaar licht hoger ligt dan nu, simpelweg omdat de resterende looptijd korter is geworden. Een conservatieve aanname is een koers rond 96. De marktwaarde van je positie zou dan uitkomen op ongeveer $1.098. Tel je dit op bij de ontvangen coupons, dan is de totale waarde van je belegging na vijf jaar ongeveer $1.392. In dollars betekent dit een stijging van circa 30% ten opzichte van de oorspronkelijke $1.070, wat overeenkomt met grofweg 5,4% rendement per jaar. Dit ligt in lijn met het rendement tot einddatum dat de markt momenteel voor deze obligatie inschat.
De vertaling naar euro’s hangt vervolgens volledig af van de ontwikkeling van de wisselkoers. Als de euro-dollarverhouding na vijf jaar nog steeds rond 1,07 ligt, dan is die $1.392 ongeveer €1.301 waard. Je initiële €1.000 is dan gegroeid tot circa €1.300, wat neerkomt op een totaalrendement van ongeveer 30% of ruim 5% per jaar. Dit is het neutrale scenario, waarin je rendement vrijwel volledig wordt bepaald door de obligatie zelf.
Als de euro in die vijf jaar sterker wordt, bijvoorbeeld richting 1,18, dan werkt dat nadelig. Dezelfde $1.392 is dan nog maar ongeveer €1.180 waard. Je houdt nog steeds een positief resultaat over, maar het totale rendement zakt naar circa 18%, oftewel ongeveer 3,3% per jaar. De coupons vangen een groot deel van het valutaverlies op, maar niet alles.
In het omgekeerde geval, waarin de dollar sterker wordt en de wisselkoers richting pariteit (1,00) beweegt, pakt het juist gunstig uit. Dan vertegenwoordigt $1.392 ongeveer €1.392 en groeit je €1.000 naar bijna €1.400. Dat is een totaalrendement van circa 39%, oftewel bijna 6,7% per jaar. In dit scenario fungeert de dollar als extra rendementsbron boven op de obligatiecoupon.
Samengevat laat dit vijfjaarscenario zien dat deze McDonald’s-obligatie primair een inkomensbelegging is: het grootste deel van het rendement komt uit de coupons, niet uit koerswinst. De dollar-eurokoers zorgt voor spreiding rond dat basisscenario, maar bij een horizon van vijf jaar is het valutarisico niet allesbepalend. Zelfs bij een duidelijk sterkere euro blijft het rendement positief, terwijl een stabiele of sterkere dollar het rendement aanzienlijk kan verhogen. Voor een eurobelegger betekent dit dat deze obligatie vooral geschikt is als langjarige, relatief stabiele cashflowpositie, waarbij valuta een bewuste extra risicofactor – en mogelijk extra kans – vormt.