Grote cohortstudie laat blijvende zenuw- en bewegingsstoornissen zien – eenvoudige screening kan helpen bij nazorg
Lang na het verdwijnen van de acute infectie blijven veel mensen kampen met lichamelijke neurologische klachten na COVID-19. Een grote Braziliaanse cohortstudie, onlangs gepubliceerd in Scientific Reports, laat zien dat zulke klachten 6 tot 11 maanden na ziekenhuisopname nog opvallend vaak voorkomen. Het gaat daarbij niet zozeer om cognitieve problemen of psychische klachten, maar juist om somatische neurologische verschijnselen: spierzwakte, loopstoornissen en tintelingen in armen of benen.
Wat is onderzocht?
De onderzoekers volgden 708 volwassenen die in 2020 met matige tot ernstige COVID-19 in het ziekenhuis waren opgenomen. Ruim de helft had op de intensive care gelegen en bijna 40% was beademd geweest. Zes tot elf maanden na ontslag werden zij uitgebreid neurologisch onderzocht tijdens een poliklinisch bezoek. Dit gebeurde volgens een gestandaardiseerd driestappenprotocol, gebaseerd op een screeningsinstrument van de World Health Organization. Naast vragenlijsten en eenvoudige testen kregen alle deelnemers een volledig neurologisch onderzoek door een arts.
Veel blijvende klachten
Vier lichamelijke neurologische klachten kwamen bij de follow-up duidelijk vaker voor dan vóór COVID-19:
- Tintelingen of doof gevoel (paresthesieën): bij 22%
- Loopstoornissen: bij 15%
- Spierzwakte: bij 15%
- Spraakstoornissen: bij 11%
Een langere ziekenhuisopname bleek een sterke voorspeller voor al deze klachten. Diabetes verhoogde daarnaast de kans op loopproblemen en tintelingen.
Wat vonden artsen bij onderzoek?
Bij lichamelijk neurologisch onderzoek werden relatief vaak afwijkingen gezien die passen bij schade aan perifere zenuwen en spieren. Ongeveer een kwart van de patiënten kreeg het klinische vermoeden van een neuromusculaire aandoening, meestal een vorm van polyneuropathie. Daarnaast werd bij 10% gedacht aan een doorgemaakte beroerte of andere cerebrovasculaire schade. Epilepsie werd slechts bij een kleine minderheid (2,7%) vermoed.
Opvallend was dat eenvoudige tests, zoals het lopen in een rechte lijn met de ene voet voor de andere (de tandemgang), vaak afwijkend waren. Deze test bleek zelfs voorspellend voor meerdere typen neurologische problemen.
Snellere herkenning mogelijk
Op basis van statistische analyses ontwikkelden de onderzoekers een vereenvoudigde screeningsset van vijf onderdelen uit het oorspronkelijke WHO-protocol. Met alleen vragen naar tintelingen, episodes van contactverlies, gezichtsverlamming en twee eenvoudige lichamelijke testen (tandemgang en vinger-neusproef) konden artsen patiënten met een verhoogd risico op ernstige neurologische restschade redelijk goed identificeren. Dit kan helpen om nazorg voor post-COVID-patiënten efficiënter en doelgerichter in te richten.
Wat betekent dit?
De studie onderstreept dat ernstige COVID-19 geen voorbijgaande ziekte is voor een aanzienlijke groep patiënten. Maanden later zijn lichamelijke neurologische gevolgen nog steeds aan de orde van de dag, vooral bij mensen die lang in het ziekenhuis lagen. Tegelijk laat het onderzoek zien dat relatief eenvoudige neurologische screening kan helpen om deze problemen tijdig te signaleren en passende zorg te organiseren.
Oorspronkelijk wetenschappelijk artikel
https://www.nature.com/articles/s41598-025-33779-w
Nader toegelicht
- Somatische neurologische klachten: lichamelijke klachten door stoornissen van zenuwen, spieren of hersenen, zoals krachtsverlies of gevoelsstoornissen.
- Paresthesieën: tintelingen, prikkelingen of een doof gevoel, vaak in handen of voeten.
- Neuromusculaire aandoeningen: ziekten van perifere zenuwen, spieren of de overgang daartussen; polyneuropathie is een veelvoorkomend voorbeeld.
- Cerebrovasculaire ziekte: aandoeningen van de bloedvaten in de hersenen, zoals een beroerte.
- Tandemgang: looptest waarbij iemand voet-voor-voet in een rechte lijn loopt; gevoelig voor evenwichts- en coördinatiestoornissen.
- WHO-protocol: gestandaardiseerd instrument van de Wereldgezondheidsorganisatie voor het opsporen van neurologische aandoeningen in bevolkingsonderzoek.