Wie kampt met Long COVID merkt het bijna dagelijks: een nacht van acht of negen uur in bed biedt zelden de verfrissing waar het lichaam zo naar verlangt. Men ontwaakt met een zwaar gevoel in de ledematen en een mistig hoofd, alsof de batterij ’s nachts helemaal niet is opgeladen. De oorzaak van deze hardnekkige, niet-herstellende slaap ligt diep verankerd in de verstoorde architectuur van de slaap zelf, waarbij met name de diepe slaap en de REM-slaap zwaar onder druk staan.
Slaap is een zorgvuldig opgebouwd proces waarin verschillende fases specifieke functies vervullen. De diepe slaap, ook wel bekend als de slow-wave sleep, is de fase waarin het fysieke herstel plaatsvindt. Het is de periode waarin de hartslag en ademhaling hun laagste punt bereiken, weefsels en spieren herstellen, het immuunsysteem zich balanceert en het glymfatische systeem de hersenen letterlijk schoonspoelt van metabolische afvalstoffen. Bij mensen met Long COVID blijkt deze fase echter ernstig gefragmenteerd of sterk verkort. Door continue, vaak ongemerkte micro-arousals schiet het lichaam telkens uit deze herstelfase weg. Het gevolg is dat het fysieke herstelproces halverwege wordt afgebroken, wat de spierpijn, chronische uitputting en post-exertionele malaise (PEM) na lichte inspanning aanzienlijk versterkt.
Waar de diepe slaap het lichaam herstelt, richt de REM-slaap (Rapid Eye Movement) zich op de geest. In deze droomfase verwerken de hersenen de emoties van de dag, worden herinneringen geconsolideerd en vindt de broodnodige neuroplasticiteit plaats. Bij Long COVID raakt ook deze fase veelal ontregeld. Veel patiënten rapporteren opvallend levendige dromen, intense nachtmerries of het steeds weer wakker schrikken vanuit een droom. Wanneer de REM-slaap van onvoldoende kwaliteit is, weerspiegelt zich dat direct overdag: het drastische gebrek aan cognitief herstel uit zich in de kenmerkende ‘hersenmist’, moeite met concentratie, woordvindingsproblemen en een verhoogde gevoeligheid voor emotionele en sensorische overprikkeling.
De vraag waarom juist deze twee cruciale slaapfases zo zwaar getroffen worden, leidt direct naar de onderliggende biologie van het post-COVID-syndroom. Een centrale rol is weggelegd voor dysautonomie, een verstoring in het autonome zenuwstelsel. Het sympathische zenuwstelsel — het ‘vecht-of-vlucht’-mechanisme — blijft bij Long COVID overactief, zelfs gedurende de nacht. Hierdoor blijft de rusthartslag te hoog en de hartritmevariabiliteit (HRV) te laag, waardoor het zenuwstelsel simpelweg niet de veiligheid en rust registreert die nodig zijn om af te zakken naar de diepste slaaplagen. Dit verschijnsel wordt versterkt door neuro-inflammatie, waarbij aanhoudende, lichte ontstekingsreacties in de hersenen de slaap-waakcentra in de hypothalamus en hersenstam verstoren. Wanneer men overdag bovendien fysieke of mentale grenzen overschrijdt, maakt het lichaam extra stresshormonen zoals adrenaline en cortisol aan. Dit leidt ’s nachts tot een gejaagd gevoel dat het lichaam in een lichte, oppervlakkige slaap houdt.
Het herstellen van de slaapkwaliteit bij Long COVID is daardoor zelden een kwestie van ‘beter je best doen om te slapen’ of het nemen van een standaard slaapmiddel. Omdat de verstoorde slaap een symptoom is van een overbelast zenuwstelsel en een verstoorde energiehuishouding, begint de weg naar betere diepe en REM-slaap paradoxaal genoeg overdag. Door strikte energiebewaking (pacing) wordt voorkomen dat het lichaam in de overlevingsstand raakt. Pas wanneer de prikkelbelasting overdag daalt en het zenuwstelsel via rust- en ademhalingsmomenten leert te kalmeren, ontstaat ’s nachts weer de ruimte voor het lichaam om door te dringen tot de fases waarin het echte herstel plaatsvindt.
Eerder is ook verschenen:
https://www.depublicist.nl/long-covid-post-covid/long-covid-diepe-slaap-en-rem-slaap-wat-zegt-de-wetenschap/