Samenvatting van het onderzoek
Een team van onderzoekers van Stanford University onderzocht of restanten van het coronavirus (SARS-CoV-2-antigenen) in het bloed tijdens het herstel iets zeggen over het ontstaan of aanhouden van long COVID. Daarvoor werden bij 100 deelnemers bloedmonsters afgenomen drie en twaalf maanden na hun acute infectie. Met geavanceerde technieken zoals single-cell proteomics en plasma proteomics werd gekeken naar duizenden eiwitten en immuuncelkenmerken.
De onderzoekers vonden dat ongeveer 18% van de deelnemers drie maanden na infectie en 14% na twaalf maanden nog detecteerbare virusantigenen (zoals spike- of N-eiwit) in hun bloed hadden. Opvallend genoeg kwam dit even vaak voor bij mensen met als zonder long COVID-klachten. Er waren ook geen meetbare verschillen in ontstekings- of immuuneiwitten tussen beide groepen. Zelfs met zeer gevoelige analysemethoden (zoals de Simoa-assay en CyTOF-technologie) konden geen patronen worden gevonden die antigenemie koppelden aan afwijkingen in het immuunsysteem.
De auteurs concluderen dat het aanhoudend aantonen van virusantigenen in het bloed (antigenemie) niet noodzakelijk samenhangt met langdurige klachten of duidelijke immuunontregeling. Mogelijk bevindt het virus zich bij sommige mensen in weefselreservoirs (zoals darm, longen of zenuwstelsel) zonder dat dit zichtbaar is in het bloed. Ook kan antigenemie een tijdelijk verschijnsel zijn dat moeilijk op één meetmoment te vangen is.
Wel suggereren de onderzoekers dat toekomstige studies, waarbij bloedafname wordt gecombineerd met weefselonderzoek of antivirale behandeling, meer inzicht kunnen geven in de rol van virale resten bij langdurige klachten. Een betere standaardisatie van methoden en definities van long COVID is daarbij essentieel.
👉 Lees het oorspronkelijke artikel hier
Nader toegelicht
Antigenemie: De aanwezigheid van virusantigenen (eiwitten van het virus) in het bloed. Dit kan duiden op restanten van virusdeeltjes of aanhoudende infectie.
Proteomics: Een onderzoeksmethode waarbij de aanwezigheid en hoeveelheid van eiwitten in cellen of plasma wordt gemeten om biologische processen te begrijpen.
Single-cell proteomics: Techniek waarmee eiwitten in afzonderlijke cellen worden geanalyseerd, zodat verschillen tussen celtypen zichtbaar worden.
Simoa-assay: Zeer gevoelige laboratoriumtest waarmee kleine hoeveelheden eiwit (zoals virusantigenen) kunnen worden opgespoord.
CyTOF (Cytometry by Time of Flight): Een methode om meerdere eigenschappen van individuele cellen tegelijk te meten met behulp van massaspectrometrie.
Antigeen: Een lichaamsvreemd molecuul, meestal een onderdeel van een virus of bacterie, dat een immuunreactie kan uitlokken.