Een aanzienlijk deel van de mensen die COVID-19 doormaakten, blijft maanden tot zelfs jaren daarna kampen met aanhoudende klachten. Deze zogeheten long COVID wordt gekenmerkt door symptomen die minimaal drie maanden na de infectie ontstaan en minstens twee maanden aanhouden, zonder dat een andere medische verklaring wordt gevonden. Veel van deze klachten – zoals duizeligheid bij opstaan, hartkloppingen, vermoeidheid, “brain fog” en flauwvallen – wijzen in de richting van een ontregeling van het autonome zenuwstelsel, het deel van het zenuwstelsel dat onder meer de hartslag en bloeddruk regelt.
In een nieuwe studie, gepubliceerd in het tijdschrift Biology”, onderzochten Mexicaanse onderzoekers of deze autonome ontregeling ook objectief meetbaar is bij mensen met long COVID en orthostatische intolerantie. Orthostatische intolerantie betekent dat iemand klachten krijgt bij rechtop staan, zoals duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd. De centrale vraag was of de hartslagregulatie – gemeten via hartslagvariabiliteit (HRV) – afwijkend is, zowel in rust als tijdens actief opstaan.
Voor dit onderzoek werden 31 patiënten met long COVID vergeleken met 29 gezonde controlepersonen. Alle deelnemers waren tussen de 18 en 60 jaar oud. De long COVID-groep bestond uit mensen met aanhoudende klachten zoals duizeligheid, bijna-flauwvallen en hartkloppingen, die gemiddeld ruim anderhalf jaar na hun SARS-CoV-2-infectie werden onderzocht (gemiddeld 573 dagen). Belangrijk is dat het merendeel slechts een milde tot matige acute infectie had doorgemaakt.
De onderzoekers analyseerden de hartslagvariabiliteit met behulp van een elektrocardiogram, eerst in liggende houding en daarna tijdens actief opstaan. HRV is een maat voor de variatie in tijd tussen opeenvolgende hartslagen en wordt gezien als een belangrijke indicator van de balans tussen het sympathische (activerende) en parasympathische (remmende) deel van het autonome zenuwstelsel.
Uit de resultaten bleek dat mensen met long COVID in rust een duidelijk lagere hartslagvariabiliteit hadden dan de gezonde controles. Met name parameters die samenhangen met parasympathische activiteit – zoals SDNN, RMSSD en bepaalde niet-lineaire maten – waren verlaagd. Dit wijst op een verminderde flexibiliteit van de hartslagregulatie in rust, iets wat ook in eerdere studies bij long COVID is gezien.
Opvallend genoeg veranderde dit beeld tijdens het actief opstaan. Zowel de long COVID-patiënten als de gezonde controles lieten bij rechtop gaan vergelijkbare, normale fysiologische reacties zien: de parasympathische activiteit nam af, de sympathische activiteit toe, en de hartslag steeg zoals verwacht. Er werden geen duidelijke tekenen gevonden van een ontregeld autonoom antwoord op deze orthostatische prikkel. Ook traden tijdens de test geen klachten op, ondanks dat de meeste patiënten deze in het dagelijks leven wel ervaren.
Deze bevindingen suggereren dat er bij mensen met long COVID sprake kan zijn van een blijvend verlaagde hartslagvariabiliteit in rust, terwijl het autonome zenuwstelsel bij acute belasting – zoals opstaan – ogenschijnlijk normaal functioneert. De auteurs speculeren dat dit kan wijzen op gedeeltelijk herstel van de autonome regulatie in de loop van de tijd, zeker bij patiënten met een minder ernstige acute COVID-19-infectie.
Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat dit geen bewijs is dat klachten “tussen de oren” zitten. Integendeel: een verlaagde HRV in rust kan wijzen op subtiele, langdurige veranderingen in de regulatie van het hart en mogelijk ook op onderliggende ontstekings- of immuunprocessen. Dat deze veranderingen niet altijd zichtbaar worden tijdens eenvoudige orthostatische testen, onderstreept hoe complex long COVID is.
De studie heeft beperkingen, waaronder de relatief kleine onderzoeksgroep en het ontbreken van metingen kort na de infectie. Toch is dit onderzoek belangrijk, omdat het als een van de eerste studies specifiek kijkt naar hartslagvariabiliteit tijdens actief opstaan bij long COVID-patiënten met orthostatische klachten. Daarmee levert het waardevolle nuance in het debat over dysautonomie bij long COVID.
Link naar het oorspronkelijke artikel
https://doi.org/10.3390/biology15010001
Nader toegelicht
Hartslagvariabiliteit (HRV)
De variatie in tijd tussen opeenvolgende hartslagen. Een hogere HRV wijst meestal op een gezonder en flexibeler autonoom zenuwstelsel.
Autonoom zenuwstelsel
Het deel van het zenuwstelsel dat automatisch lichaamsfuncties regelt, zoals hartslag, bloeddruk en ademhaling.
Orthostatische intolerantie
Klachten zoals duizeligheid, zwakte of flauwvallen die optreden bij rechtop staan.
Parasympathisch en sympathisch zenuwstelsel
Twee onderdelen van het autonome zenuwstelsel. Het parasympathische systeem werkt rustgevend, het sympathische systeem activerend.
SDNN / RMSSD
Veelgebruikte HRV-maten. SDNN weerspiegelt de totale variabiliteit, RMSSD vooral de parasympathische invloed op het hart.