Veel mensen met Long COVID ervaren aanhoudende slaapproblemen. Ze slapen wel, maar worden niet uitgerust wakker, hebben moeite met inslapen of doorslapen, of voelen zich overdag extreem moe. In de wetenschap is daarom steeds meer aandacht ontstaan voor de vraag of er bij Long COVID niet alleen sprake is van “slechte slaap”, maar ook van veranderingen in de opbouw van de slaap zelf. Met name twee slaapstadia krijgen daarbij aandacht: diepe slaap (N3) en REM-slaap.
Slaap bestaat normaal gesproken uit een cyclisch patroon van lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap. Diepe slaap speelt een belangrijke rol bij lichamelijk herstel, immuunregulatie en energiebalans. REM-slaap is belangrijk voor geheugen, emotionele verwerking en hersenfunctie. Wanneer deze slaapstadia structureel worden verstoord of onvoldoende worden bereikt, kan dat leiden tot een gevoel van niet-verkwikkende slaap en aanhoudende klachten overdag.
Uit academisch onderzoek blijkt inmiddels duidelijk dat slaapstoornissen zeer vaak voorkomen bij Long COVID. In overzichtsstudies wordt beschreven dat insomnia, niet-verkwikkende slaap en slaperigheid overdag behoren tot de meest gerapporteerde klachten. Dat betekent echter niet automatisch dat iedereen met Long COVID ook objectief minder diepe slaap of REM-slaap heeft. De wetenschappelijke literatuur laat een genuanceerder beeld zien: er is geen één vast slaappatroon dat voor alle mensen met Long COVID geldt, maar bij bepaalde subgroepen worden wel consistente patronen gevonden die kunnen leiden tot minder diepe slaap en veranderingen in REM-slaap.
Om dit goed te begrijpen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen subjectieve slaapervaring en objectief gemeten slaap. Iemand kan het gevoel hebben slecht te slapen, terwijl de slaap op metingen redelijk normaal oogt, en andersom. Daarom zijn studies die gebruikmaken van polysomnografie (slaaponderzoek met hersenactiviteit, ademhaling en spieractiviteit) bijzonder waardevol. Dit is de gouden standaard om slaapstadia betrouwbaar vast te stellen.
In de eerste polysomnografische studies bij mensen met Long COVID, met name bij degenen met langdurige insomnia, blijkt dat de globale slaapstructuur vaak lijkt op die van mensen met chronische insomnia zonder COVID-geschiedenis. Tegelijkertijd worden er subtiele maar betekenisvolle verschillen gevonden. Zo wordt bij sommige Long-COVID-patiënten een verminderde stabiliteit van diepe slaap gezien: de slaap wordt vaker onderbroken door korte ontwakingen, waardoor het lastiger wordt om langdurige diepe slaap te bereiken. Diepe slaap is namelijk bijzonder gevoelig voor fragmentatie; zelfs korte onderbrekingen kunnen het herstelproces verstoren.
Ook bij REM-slaap worden in recente studies opvallende bevindingen gedaan. Niet zozeer omdat REM altijd duidelijk korter is, maar omdat de kwaliteit van REM-slaap bij een deel van de Long-COVID-patiënten anders lijkt te zijn. In gespecialiseerde slaaponderzoeken is bijvoorbeeld vaker een verminderde spierontspanning tijdens REM-slaap gevonden. Dat wijst erop dat de hersenmechanismen die normaal REM-slaap reguleren bij sommige mensen met Long COVID anders functioneren. Dit betekent niet dat iedereen met Long COVID een REM-slaapstoornis ontwikkelt, maar wel dat REM-slaap bij een subgroep minder “intact” verloopt.
Naast slaaplaboratoriumonderzoek is er ook veel gebruikgemaakt van actigrafie en draagbare meetapparaten (zoals smartwatches). Deze kunnen slaapstadia niet direct meten, maar geven wel inzicht in slaapduur, rusteloosheid en nachtelijke variabiliteit. Grote studies, waaronder die binnen het Amerikaanse RECOVER-programma, laten zien dat mensen met Long COVID gemiddeld meer variatie in slaap hebben en tekenen van autonome ontregeling vertonen, zoals een lagere hartslagvariabiliteit tijdens de nacht. Dit wijst op een verhoogde fysiologische activatie, wat het bereiken van diepe en stabiele slaap bemoeilijkt.
Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat consumentenapparaten “diepe slaap” en “REM-slaap” slechts schatten. Wanneer iemand met Long COVID op een wearable structureel weinig diepe slaap of REM-slaap ziet, moet dat vooral worden opgevat als een signaal van onrustige of gefragmenteerde slaap, niet als een exacte medische meting. Toch sluiten deze signalen goed aan bij wat in meer nauwkeurige academische studies wordt gevonden.
De wetenschappelijke literatuur wijst op drie belangrijke mechanismen die kunnen verklaren waarom diepe slaap en REM-slaap bij Long COVID verminderd of verstoord raken. Ten eerste is er insomnia en hyperarousal: veel mensen met Long COVID verkeren langdurig in een staat van verhoogde alertheid, wat leidt tot lichte, onderbroken slaap. Ten tweede speelt autonome ontregeling waarschijnlijk een rol; een lichaam dat ’s nachts onvoldoende tot rust komt, blijft makkelijker “wakker” op fysiologisch niveau. Ten derde komen bij Long COVID regelmatig andere slaapstoornissen voor, zoals slaapapneu of periodieke beenbewegingen, die de slaap herhaaldelijk onderbreken en daarmee diepe slaap en REM-slaap verdringen.
Belangrijk is dat de wetenschap momenteel niet stelt dat Long COVID altijd of bij iedereen leidt tot structureel te weinig diepe slaap of REM-slaap. Wat wél duidelijk wordt, is dat bij mensen met Long COVID en aanhoudende slaapklachten deze slaapstadia vaak onder druk staan, vooral wanneer de slaap gefragmenteerd is of wanneer autonome en ademhalingsfactoren meespelen. In die zin zijn “weinig diepe slaap” en “weinig REM-slaap” geen op zichzelf staande diagnoses, maar mogelijke uitkomsten van een complex samenspel van postinfectieuze veranderingen.
De belangrijkste conclusie uit academisch onderzoek is daarom dat slaap bij Long COVID geen bijzaak is. Wanneer mensen langdurig niet-verkwikkend slapen, kan gerichte slaapdiagnostiek helpen om te onderscheiden of er sprake is van algemene ontregeling, behandelbare slaapstoornissen of specifieke veranderingen in slaaparchitectuur. Juist omdat diepe slaap en REM-slaap zo nauw verbonden zijn met herstel, cognitief functioneren en energieniveau, vormt slaap een essentieel — en vaak onderschat — onderdeel van het bredere Long-COVID-beeld.