Samenvatting:
Een recente studie onderzocht hoe 34 Europese landen Long COVID definiëren en stelde vast dat er een grote variatie bestaat in gebruikte definities. Sommige landen volgen de WHO-, NICE- of CDC-definitie, terwijl andere meerdere definities tegelijk hanteren of helemaal geen officiële definitie hebben. Dit gebrek aan uniformiteit bemoeilijkt de diagnostiek, behandeling en registratie van patiënten en belemmert het maken van vergelijkbare onderzoeksdata en effectief beleid. De auteurs pleiten voor een gestandaardiseerde, maar flexibele definitie die artsen ondersteunt bij herkenning, diagnostische codering en verwijzing, zodat patiënten gelijkwaardige toegang tot zorg krijgen. Een gezamenlijke aanpak is nodig om continuïteit van zorg te verbeteren en beleidsmakers in staat te stellen middelen eerlijk te verdelen en de langetermijngevolgen van COVID-19 beter te monitoren.
Link naar het oorspronkelijke artikel:
https://doi.org/10.1080/13814788.2025.2535618
Nader toegelicht
Long COVID (LC): Verzamelnaam voor symptomen die langer dan weken tot maanden na een COVID-19-infectie aanhouden.
WHO-definitie: Symptomen ≥3 maanden na infectie, minstens 2 maanden aanhoudend zonder andere verklaring.
NICE-definitie: Symptomen >12 weken zonder alternatieve diagnose.
CDC-definitie: Symptomen ≥4 weken na infectie.
Diagnostische codering (ICD-10/ICPC2): Codes die gebruikt worden om diagnoses uniform te registreren en patiënten beter te kunnen volgen in zorgsystemen.
PHC (Primary Health Care): Eerste lijnsgezondheidszorg zoals huisartsenpraktijken, essentieel voor herkenning en doorverwijzing.