De COVID-19-pandemie heeft wereldwijd niet alleen miljoenen acute infecties veroorzaakt, maar ook een grote groep mensen achtergelaten met langdurige klachten. Deze zogenoemde post-COVID-19 condition (PCC), ook bekend als long COVID, gaat bij veel patiënten gepaard met hardnekkige cognitieve en psychische symptomen. Denk hierbij aan concentratieproblemen, geheugenstoornissen, mentale traagheid (“brain fog”), angst, depressie en aanhoudende vermoeidheid. De vraag wat er precies in de hersenen verandert bij PCC – en hoe deze klachten effectief behandeld kunnen worden – staat centraal in een recente uitgebreide systematische review.
In dit overzichtsartikel analyseerden Pettemeridou en collega’s 78 wetenschappelijke studies met in totaal meer dan 5.900 volwassen deelnemers. Zij brachten structurele, functionele en neurofysiologische hersenveranderingen in kaart met behulp van moderne technieken zoals MRI, fMRI, PET en EEG. Daarnaast evalueerden zij de eerste interventiestudies naar niet-invasieve hersenstimulatie en cognitieve revalidatie.
Cognitieve en psychische klachten bij post-COVID
Uit de samengevatte literatuur blijkt dat cognitieve beperkingen zeer frequent voorkomen bij PCC. Vooral aandacht, executieve functies (zoals plannen en overzicht houden) en geheugen zijn aangedaan. Deze klachten worden zowel subjectief gerapporteerd als objectief gemeten met neuropsychologische tests. Opvallend is dat deze cognitieve problemen vaak samengaan met angst, depressieve klachten, slaapstoornissen en ernstige vermoeidheid, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert.
Belangrijk is dat deze klachten ook voorkomen bij mensen die tijdens de acute COVID-19-infectie slechts milde symptomen hadden en niet in het ziekenhuis zijn opgenomen. Dit onderstreept dat PCC geen marginaal probleem is, maar een brede maatschappelijke impact heeft.
Structurele hersenveranderingen: grijze en witte stof
Met structurele MRI werden bij een deel van de patiënten veranderingen in de grijze stof (GM) gevonden, waaronder volumeverlies in gebieden die betrokken zijn bij geheugen en aandacht, zoals de hippocampus, thalamus en frontale hersenschors. Deze veranderingen correleren regelmatig met slechtere cognitieve prestaties. Tegelijkertijd rapporteerden sommige studies juist een toename van grijze-stofvolume in specifieke regio’s, wat mogelijk wijst op compensatoire neuroplasticiteit of aanhoudende ontstekingsprocessen.
Ook veranderingen in de witte stof (WM) komen veelvuldig voor. Diffusion tensor imaging laat verstoringen zien in de integriteit van zenuwbanen, met name in frontale en temporale gebieden. Daarnaast worden vaker witte-stof-hyperintensiteiten (WMH) gevonden, die geassocieerd zijn met langzamer denken, geheugenproblemen en verminderde executieve functies. Deze bevindingen suggereren dat PCC gepaard kan gaan met diffuse, langdurige verstoringen in hersenconnectiviteit.
Functionele veranderingen en hersenactiviteit
Functionele MRI- en PET-studies tonen aan dat de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken bij PCC vaak verstoord is. Met name netwerken die betrokken zijn bij aandacht, geheugen, emotionele verwerking en vermoeidheid laten afwijkende functionele connectiviteit zien. In sommige gevallen lijkt het brein extra hard te moeten werken tijdens cognitieve taken, wat kan duiden op compensatiemechanismen bij verminderde efficiëntie.
PET-onderzoek laat bij een deel van de patiënten een verlaagd glucosemetabolisme zien in frontale, pariëtale en temporale hersengebieden en in de thalamus. Deze hypometabolismepatronen lijken in sommige studies gedeeltelijk te herstellen in de loop van maanden, wat hoopgevend is, maar bij anderen persisteren ze langer.
EEG en neurofysiologie: verstoring van ritmes
Elektro-encefalografische (EEG) studies wijzen op veranderingen in hersenritmes bij PCC. Zo worden afwijkingen gevonden in alfa-, bèta- en delta-activiteit, evenals veranderingen in event-related potentials zoals de P300, die gerelateerd is aan aandacht en informatieverwerking. Deze neurofysiologische afwijkingen sluiten aan bij de ervaren cognitieve traagheid en vermoeidheid en bieden mogelijk aanknopingspunten voor toekomstige biomarkers.
Behandeling: hersenstimulatie en cognitieve revalidatie
Naast diagnostiek besteedt de review aandacht aan mogelijke behandelingen. Niet-invasieve hersenstimulatie (NIBS), waaronder transcraniële magnetische stimulatie (TMS) en transcraniële gelijkstroomstimulatie (tDCS), laat in meerdere studies veelbelovende resultaten zien. Vooral repetitieve TMS gericht op de dorsolaterale prefrontale cortex lijkt depressieve klachten, angst, vermoeidheid en soms ook cognitieve prestaties te verbeteren. De effecten zijn echter niet bij iedereen gelijk en lijken onder meer beïnvloed te worden door de ernst van vermoeidheid.
tDCS-studies laten een gemengd beeld zien: sommige rapporteren vermindering van fysieke vermoeidheid en stemmingsklachten, terwijl andere geen duidelijk verschil vinden met placebobehandeling. Dit benadrukt de noodzaak van grotere, goed opgezette trials.
Cognitieve revalidatie, soms gecombineerd met hersenstimulatie of innovatieve vormen zoals augmented reality, toont eveneens potentie. Hoewel het aantal studies nog beperkt is, suggereren de resultaten dat gerichte cognitieve training kan bijdragen aan verbetering van denkfuncties en mentale belastbaarheid, mogelijk met verschillen tussen mannen en vrouwen.
Conclusie
Deze systematische review maakt duidelijk dat post-COVID-19 condition gepaard gaat met complexe en heterogene veranderingen in de hersenen, die samenhangen met de vaak invaliderende cognitieve en psychische klachten. Er is geen eenduidig “post-COVID-hersenbeeld”, maar eerder een spectrum aan structurele, functionele en neurofysiologische afwijkingen. Tegelijkertijd bieden niet-invasieve hersenstimulatie en cognitieve revalidatie hoopvolle perspectieven voor behandeling, mits verder onderzocht en gepersonaliseerd toegepast. Toekomstig onderzoek met gestandaardiseerde definities en longitudinale opzet is cruciaal om deze inzichten te vertalen naar effectieve zorg voor mensen met long COVID.
Oorspronkelijk artikel
Pettemeridou E. et al. Cognitive and Psychological Symptoms in Post-COVID-19 Condition: A Systematic Review of Structural and Functional Neuroimaging, Neurophysiology, and Intervention Studies.
https://www.archives-rrct.org/article/S2590-1095(25)00036-9/fulltext
Nader toegelicht
- PCC (post-COVID-19 condition): Verzamelterm voor langdurige klachten die weken tot maanden na een COVID-19-infectie aanhouden.
- MRI / fMRI: Beeldvormingstechnieken om respectievelijk hersenstructuur en hersenactiviteit te onderzoeken.
- PET: Scan die het glucoseverbruik in de hersenen meet, als maat voor activiteit.
- EEG: Registratie van elektrische hersenactiviteit via elektroden op de hoofdhuid.
- Grijze stof (GM): Hersengebieden met veel zenuwcellen, belangrijk voor informatieverwerking.
- Witte stof (WM): Verbindingen tussen hersengebieden, bestaande uit zenuwvezels.
- NIBS: Niet-invasieve hersenstimulatie, zoals TMS en tDCS, om hersenactiviteit te beïnvloeden.
- DLPFC: Dorsolaterale prefrontale cortex, betrokken bij aandacht, planning en stemming.