Bij long COVID blijven klachten zoals vermoeidheid, kortademigheid en inspanningsintolerantie vaak maanden tot jaren na een besmetting bestaan. Onder de motorkap spelen langdurige ontsteking en oxidatieve stress een belangrijke rol: het afweersysteem blijft te lang “aan staan” en er ontstaan meer schadelijke zuurstofradicalen dan het lichaam kan opruimen. Dat zorgt voor schade aan eiwitten, vetten en DNA en kan verschillende orgaansystemen beïnvloeden. Steeds vaker wordt daarom gekeken naar interventies die zowel het immuunsysteem tot rust brengen als de antioxidantverdediging versterken. In deze Thaise studie werd onderzocht of een programma met high-intensity interval training (HIIT) daarbij helpt bij mensen met long COVID, en of het kruidenmiddel Triphala daar nog iets aan toevoegt.
De onderzoekers includeerden 112 volwassenen van 18–59 jaar, uiteindelijk werden de gegevens van 104 deelnemers geanalyseerd. Alle deelnemers hadden een doorgemaakte COVID-19 infectie en hielden typische long-COVID-achtige klachten, zoals vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, haaruitval en kortademigheid bij inspanning. Mensen die al regelmatig sportten, voedingssupplementen gebruikten, rookten, veel alcohol dronken of een belangrijke onderliggende ziekte hadden (bijv. hart- en vaatziekte, diabetes, kanker of ernstige longziekte) werden uitgesloten. Zo probeerden de onderzoekers een relatief homogene groep te krijgen, waarin veranderingen vooral aan de interventie konden worden toegeschreven.
De deelnemers werden willekeurig verdeeld over drie groepen: een controlegroep, een HIIT-groep en een gecombineerde groep die zowel HIIT volgde als Triphala gebruikte. De controlegroep kreeg geen trainingsprogramma, maar wel een placebo-capsule die er hetzelfde uitzag als het Triphala-supplement. De HIIT-groep volgde een gesuperviseerd fietstrainingprogramma van 28 minuten per sessie, drie keer per week gedurende acht weken. De gecombineerde groep deed exact dezelfde HIIT-training en slikte daarnaast dagelijks 1000 mg Triphala (twee capsules van 500 mg). Zowel deelnemers als labanalisten wisten niet in welke groep iemand zat, wat het risico op vertekening verkleint.
Het HIIT-programma bestond uit blokken van intensief fietsen op 85% van de piekhartslag (HRpeak) afgewisseld met actieve herstelperiodes op 60% van HRpeak. Concreet deden deelnemers vier blokken van 4 minuten hoog intensief fietsen met daartussen 3 minuten rustiger fietsen, voorafgegaan door een warming-up en afgesloten met een cooling-down. De trainingen werden begeleid door fysiotherapeuten, die hartslag, inspanningsgevoel en eventuele klachten nauwlettend volgden. De onderzoekers maten daarnaast hoe kortademig de deelnemers zich voelden met de Borg-schaal en lieten hen de mate van beenvermoeidheid aangeven op een visuele analoge schaal.
Om te beoordelen wat er in het lichaam gebeurde, werden verschillende bloedwaarden gemeten. Als ontstekingsmarkers werden interferon-gamma (IFN-γ) en tumor necrose factor-alfa (TNF-α) bepaald, twee cytokines die vaak verhoogd zijn bij langdurige immuunactivatie. Voor oxidatieve stress keken de onderzoekers naar malondialdehyde (MDA), een afbraakproduct van geoxideerde vetten, en naar eiwitcarbonyls, een maat voor oxidatieve schade aan eiwitten. Ook werd de activiteit van superoxide-dismutase (SOD) gemeten, een belangrijk antioxidantenzym dat vrije zuurstofradicalen onschadelijk helpt maken. Verder volgden ze lever- en nierfunctie via alanine-aminotransferase (ALT) en creatinine om de veiligheid van Triphala te beoordelen.
Na acht weken lieten zowel de HIIT-groep als de combinatiegroep duidelijke verbeteringen zien in de ontstekings- en oxidatieve-stressmarkers. De spiegels van IFN-γ en TNF-α daalden significant binnen deze groepen, wat wijst op een afname van chronische laaggradige ontsteking. Ook MDA en eiwitcarbonyls namen significant af, wat erop duidt dat er minder oxidatieve schade aan vetten en eiwitten plaatsvond. Daarnaast daalde de ervaren inspanning bij inspanning: deelnemers rapporteerden minder kortademigheid. Belangrijk is dat deze gunstige veranderingen niet werden gezien in de controlegroep, wat aangeeft dat het vooral het trainingsprogramma was dat het verschil maakte.
Opvallend was dat de activiteit van SOD na acht weken in alle drie de groepen toenam, dus ook in de controlegroep. Dat suggereert dat er naast de interventie andere factoren meespeelden die de antioxidantcapaciteit konden beïnvloeden, zoals dagelijkse beweging buiten de studie, voeding, slaap of omgevingsfactoren. De onderzoekers vroegen deelnemers wel om hun leefstijl zo stabiel mogelijk te houden, maar beperkten alcoholgebruik, medicatie of blootstelling aan vervuiling niet streng, juist om de studie dicht bij de werkelijkheid te houden. Mogelijk heeft dat bijgedragen aan de toegenomen SOD-activiteit in alle groepen.
Een kernvraag van de studie was of Triphala extra voordeel zou opleveren bovenop HIIT. Triphala is een Ayurvedische kruidenformule op basis van Emblica officinalis (Indiase kruisbes), Terminalia chebula en Terminalia bellirica. Uit eerder laboratoriumonderzoek en dierstudies is bekend dat de combinatie rijk is aan polyfenolen, vitamine C en andere bioactieve stoffen met antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen. In deze studie bleek de combinatiegroep wel trends te vertonen richting iets sterkere dalingen in ontstekings- en oxidatieve-stressmarkers, maar de verschillen met de HIIT-groep waren statistisch niet significant. Met andere woorden: op groepsniveau bood Triphala geen aantoonbare extra winst bovenop de trainingsinterventie.
Wel belangrijk: Triphala bleek in de gehanteerde dosering veilig. De leverenzymen (ALT) en het kreatinine als maat voor nierfunctie veranderden niet ongunstig en er werden geen ernstige bijwerkingen gemeld. Daarmee ondersteunt deze studie het beeld dat Triphala in een dosis van 1000 mg per dag gedurende acht weken goed verdragen wordt bij relatief jonge volwassenen met long COVID. Voor mensen die vanwege ernstige post-exertionele malaise weinig intensief kunnen trainen, zou Triphala theoretisch interessant kunnen zijn als aanvullende optie, maar daarvoor is specifiek onderzoek nodig in een Triphala-alleen-groep.
De HIIT-interventie zelf werd over het algemeen goed verdragen. De trainingsopkomst lag rond de 70–80%, wat laat zien dat een dergelijk programma in de praktijk haalbaar is voor een deel van de long-COVID-populatie met milde tot matige klachten en zonder ernstige comorbiditeit. Een klein aantal deelnemers kreeg tijdens de laatste trainingsweek kortdurend klachten als spiervermoeidheid in de benen, duizeligheid of een tijdelijke bloeddrukdaling, maar niemand hoefde het programma voortijdig te stoppen en er deden zich geen ernstige adverse events voor. Tegelijkertijd benadrukken de auteurs dat hun populatie zorgvuldig geselecteerd was: mensen met zware onderliggende ziekten of al heel hoge trainingsniveaus deden niet mee, en deelnemers hadden wel post-exertionele klachten maar werden medisch geschikt bevonden voor dit type training. De resultaten zijn dus niet één op één te vertalen naar alle mensen met long COVID.
Methodologisch gezien heeft de studie sterke punten, zoals de gerandomiseerde opzet, de dubbelblinde supplement-/placebotoediening en het gebruik van objectieve biomarkers naast subjectieve klachtenmaten. Tegelijk zijn er beperkingen. De steekproefgrootte was berekend op basis van eerdere gegevens over MDA in een andere patiëntengroep, waardoor subtielere effecten bij long COVID mogelijk gemist zijn (type-II-fout). Ook ontbraken belangrijke uitkomstmaten zoals IL-6, IL-10, glutathionperoxidase en directe metingen van mitochondriale functie, terwijl juist die markers meer inzicht hadden kunnen geven in de onderliggende mechanismen. Daarnaast werd post-exertionele symptoomverergering (PESE) in de 24 uur na belasting niet systematisch in kaart gebracht, terwijl dat bij long COVID cruciaal is om te beoordelen of een trainingsvorm echt veilig is.
Ondanks deze beperkingen schetst de studie een consistent beeld: een gesuperviseerd HIIT-programma van acht weken kan bij zorgvuldig geselecteerde mensen met long COVID de systemische ontsteking en oxidatieve stress verminderen en gepaard gaan met minder kortademigheid bij inspanning. Triphala lijkt daarbij veilig, maar voegt in deze setting geen aantoonbare extra voordelen toe. Voor de klinische praktijk betekent dit dat HIIT, mits goed geïndiceerd en zorgvuldig opgebouwd, een serieuze plek verdient binnen multidisciplinaire revalidatieprogramma’s voor long COVID. Tegelijk blijft maatwerk essentieel, zeker bij mensen met uitgesproken post-exertionele malaise, bij wie intensieve training klachten juist kan verergeren. Verdere onderzoeken met grotere groepen, langere follow-up en een bredere set biomarkers zijn nodig om de rol van zowel HIIT als Triphala bij verschillende long-COVID-profielen beter af te bakenen.
Bron: Anti-Inflammatory and Antioxidant Effects of HIIT in Individuals with Long COVID: Insights into the Potential Role of Triphala, Int. J. Mol. Sci. 2025;26(17):8623. Beschikbaar via:
https://www.mdpi.com/1422-0067/26/17/8623
Nader toegelicht
Long COVID / post-COVID-19-conditie
Verzamelnaam voor klachten die minimaal drie maanden na een SARS-CoV-2-infectie ontstaan of aanhouden, zoals vermoeidheid, kortademigheid, cognitieve problemen en pijn. De klachten kunnen fluctuerend of continu zijn.
High-intensity interval training (HIIT)
Trainingsvorm waarbij korte blokken intensieve inspanning (bijvoorbeeld fietsen op 85% van de maximale hartslag) worden afgewisseld met periodes van lichte inspanning of rust. Doel is om met relatief korte sessies een sterke prikkel te geven aan hart- en vaatstelsel en spieren.
Interferon-gamma (IFN-γ)
Signaaleiwit (cytokine) van het immuunsysteem dat o.a. T-cellen en macrofagen activeert. Verhoogde spiegels wijzen vaak op aanhoudende immuunactivatie en ontsteking.
Tumor necrosis factor-alfa (TNF-α)
Belangrijk ontstekingseiwit dat door verschillende immuuncellen wordt geproduceerd. Een chronisch verhoogd TNF-α-niveau wordt in verband gebracht met vermoeidheid, spierpijn en schade aan weefsels.
Malondialdehyde (MDA)
Afbraakproduct dat ontstaat als meervoudig onverzadigde vetzuren in celmembranen geoxideerd raken. Wordt gebruikt als marker voor oxidatieve stress en lipidenperoxidatie.
Eiwitcarbonyls (protein carbonyls)
Chemische veranderingen aan eiwitten die ontstaan door oxidatieve schade. Een verhoogd gehalte wijst op aantasting van eiwitten in het lichaam door vrije radicalen.
Superoxide-dismutase (SOD)
Enzym dat superoxide-radicalen – agressieve zuurstofmoleculen – omzet in minder schadelijke stoffen. Vormt een belangrijke eerste verdedigingslinie van het lichaam tegen oxidatieve stress.
Oxidatieve stress
Toestand waarin er meer reactieve zuurstof- en stikstofmoleculen worden gevormd dan het lichaam kan wegvangen met antioxidanten. Dit kan leiden tot schade aan vetten, eiwitten en DNA.
Triphala
Traditionele Ayurvedische kruidenformule uit drie vruchten: Emblica officinalis (Indiase kruisbes), Terminalia chebula en Terminalia bellirica. Rijk aan polyfenolen en vitamine C. Wordt gebruikt vanwege veronderstelde antioxidatieve, ontstekingsremmende en spijsverteringsbevorderende effecten.
Post-exertionele malaise / post-exertionele symptoomverergering (PESE)
Fenomeen waarbij klachten zoals vermoeidheid, pijn of cognitieve problemen uren tot dagen na een (soms geringe) inspanning verergeren. Goed bekend bij ME/cvs en wordt ook veel gemeld bij long COVID.
Alanine-aminotransferase (ALT)
Leverenzym. Verhoogde bloedwaarden wijzen vaak op leverschade of –belasting.
Creatinine
Afbraakproduct van spierstofwisseling dat via de nieren wordt uitgescheiden. Wordt in het bloed gemeten als eenvoudige maat voor nierfunctie.