Post-COVID-syndroom (PCS), in het dagelijks leven vaak “long COVID” genoemd, gaat bij veel mensen gepaard met klachten als brain fog, concentratieproblemen en vergeetachtigheid. Maar in hoeverre zijn deze klachten terug te zien in objectieve geheugentesten? En maakt het uit met welke virusvariant je besmet bent geweest? Een Deens-Zweeds onderzoeksteam zocht dit uit in een grote case-controlstudie onder mensen die allemaal COVID hebben gehad, maar bij een deel nog langdurig klachten hielden. pure-portal.regsj.dk
De onderzoekers includeerden 181 volwassenen met PCS en 155 controlepersonen die ook een bevestigde SARS-CoV-2-infectie hadden doorgemaakt, maar volledig hersteld waren. De deelnemers kwamen uit long-COVID-poliklinieken in de Deense regio Seeland en de Zweedse regio Skåne. Ze waren grotendeels jong tot middelbare leeftijd (medianen rond de 50 jaar) en er werden vrijwel geen zeer oude of sterk fragiele patiënten meegenomen. Zo wilden de onderzoekers zoveel mogelijk voorkomen dat leeftijdsgebonden achteruitgang het beeld zou vertroebelen. Lund University Publications+1
Alle deelnemers kregen een uitgebreid neuropsychologisch testprogramma. Met de Montreal Cognitive Assessment (MoCA) werd de algemene cognitie getest (onder andere geheugen, aandacht en taal). De Symbol Digit Modalities Test (SDMT) mat vooral verwerkingssnelheid: hoe snel iemand symbolen kan koppelen aan cijfers. Met de Trail Making Test (TMT) A en B keken de onderzoekers naar visuele aandacht en executieve functies, zoals schakelen tussen taken. Daarnaast werden psychische klachten gemeten met de Kessler Psychological Distress Scale (K10) en werd de knijpkracht van de dominante hand gemeten met een digitale handdynamometer. pure-portal.regsj.dk
Subtiele, maar aantoonbare verschillen in cognitieve prestaties
Gemiddeld scoorden mensen met PCS op alle cognitieve tests slechter dan de volledig herstelde controlegroep. Het ging echter om relatief kleine verschillen. Op de MoCA – een globale cognitietest – lag de mediane score bij PCS op 27 tegenover 28 punten bij controles. Dat is statistisch significant, maar de meeste mensen in beide groepen zaten nog steeds binnen de “normale” range, boven de gebruikelijke afkapwaarde van 26 punten. De onderzoekers betwijfelen daarom of MoCA gevoelig genoeg is om de typische subtiele cognitieve klachten bij PCS goed te vangen. pure-portal.regsj.dk
De grootste en klinisch meest relevante verschillen werden gevonden op de SDMT, de test voor verwerkingssnelheid. Mensen met PCS maakten gemiddeld minder items goed en deden er langer over. Ook op TMT-A (aandacht en snelheid) deden PCS-deelnemers het merkbaar slechter dan de controles. Voor TMT-B (meer complexe executieve functies) was het verschil wel zichtbaar in de ruwe scores, maar na statistische correcties niet meer overtuigend. Samengevat: het denktempo en de basisinformatie-verwerking zijn bij PCS het duidelijkst vertraagd, terwijl de meer complexe functies minder eenduidig zijn aangedaan. pure-portal.regsj.dk
Virusvariant maakt verschil: vooral vroege varianten vallen op
Een interessant aspect van deze studie is dat de onderzoekers ook keken naar de vermoedelijke variant van zorg (variant of concern, VOC) waarmee mensen besmet waren geraakt. In Denemarken en Zweden kon dat redelijk goed worden afgeleid uit het jaar en de periode van infectie: in 2020 en begin 2021 domineerde de Alfa-variant, in de tweede helft van 2021 vooral Delta en in 2022 Omikron. Lund University Publications+1
De resultaten laten zien dat vooral mensen die in de vroege pandemie met de Alfa-variant besmet zijn geweest, duidelijker cognitieve achteruitgang vertonen. Hun scores op SDMT en TMT-A/B waren het meest afwijkend ten opzichte van controles. Bij mensen die tijdens de Delta-golf besmet raakten, waren de verschillen kleiner en vooral zichtbaar in lichte dalingen op de MoCA. Voor deelnemers die tijdens de Omikron-periode ziek werden, werden vrijwel geen verschillen meer gevonden ten opzichte van de controlegroep. Een belangrijke nuance is dat in de Omikron-periode veel meer mensen al gevaccineerd waren vóór hun infectie – en vaccinatie lijkt in andere studies te beschermen tegen het ontwikkelen van ernstige PCS-klachten, waaronder cognitieve problemen. pure-portal.regsj.dk+1
Psychische belasting en knijpkracht: wel afwijkingen, geen harde koppeling aan cognitie
Naast de cognitieve testen keek het onderzoek naar twee factoren die vaak samenhangen met cognitieve prestaties: psychische distress en lichamelijke kracht.
Mensen met PCS hadden duidelijk hogere scores op de K10-schaal, wat wijst op meer psychische spanning, angst en somberheid. Toch bleef dit gemiddeld in de categorie “matige distress” en niet in het allerhoogste segment. In de controlegroep lagen de K10-scores beduidend lager. Eerder onderzoek heeft al laten zien dat verhoogde psychische stress vóór de infectie het risico op PCS vergroot; deze studie laat zien dat mensen met PCS óók na de infectie meer psychische klachten ervaren dan volledig herstelden. Of die klachten het gevolg zijn van long COVID zelf, of samenhangen met bijvoorbeeld bestaande depressie of stress, blijft echter lastig uit elkaar te houden. pure-portal.regsj.dk+1
Ook de handknijpkracht was bij PCS gemiddeld wat lager: een verschil van enkele kilo’s in vergelijking met de controles. Dat past bij andere studies die laten zien dat spierkracht en fysieke fitheid verminderd kunnen zijn bij long COVID. Toch vonden de onderzoekers geen overtuigend bewijs dat deze lagere knijpkracht direct samenhangt met de gemeten cognitieve scores. Mogelijk zijn beide uitingen van een breder beeld van belasting en ontregeling, zonder simpele één-op-één relatie. pure-portal.regsj.dk
Hoe ernstig zijn deze cognitieve gevolgen nu echt?
Een centrale vraag voor patiënten, zorgverleners én beleidsmakers is: hoe ernstig zijn deze meetbare verschillen? De auteurs benadrukken dat de gevonden afwijkingen gemiddeld mild zijn. Vooral de verwerkingssnelheid (SDMT) liet een verschil zien dat als “minimaal klinisch relevant” kan worden beschouwd. Op andere domeinen zijn de verschillen kleiner en soms vooral statistisch, niet per se duidelijk voelbaar in het dagelijks functioneren van iedereen. pure-portal.regsj.dk
Tegelijkertijd melden veel mensen met PCS een forse impact van brain fog op werk, studie en sociale activiteiten. Dat roept de vraag op waarom de tests soms maar subtiele afwijkingen laten zien, terwijl de ervaren beperkingen groter zijn. De auteurs noemen meerdere mogelijke verklaringen:
- Standaardtests zoals MoCA zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor oudere patiënten met neurodegeneratieve aandoeningen en zijn mogelijk niet gevoelig genoeg voor de specifieke, vaak fluctuerende klachten bij long COVID.
- Factoren als hoger BMI, roken, lagere opleiding en psychische aandoeningen komen vaker voor in de PCS-groep en kunnen de hersenen al kwetsbaarder maken. De infectie met SARS-CoV-2 kan daar dan “bovenop” komen, waardoor kleine testverschillen toch grote subjectieve klachten geven.
- De tests meten momentenopnames in een gecontroleerde omgeving. Veel patiënten ervaren echter vooral problemen bij langdurige belasting, multitasken of na een slechte nacht – omstandigheden die je in een testkamer minder goed nabootst.
De kernboodschap is dus dubbel: ja, er zijn aantoonbare cognitieve gevolgen van PCS, vooral een trager denktempo – maar gemiddeld zijn die mild, en sluiten ze niet altijd perfect aan bij wat patiënten zelf als beperking ervaren. Dat onderstreept het belang van een brede klinische blik: luister naar het verhaal van de patiënt, kijk verder dan alleen een score op papier, en betrek ook vermoeidheid, belastbaarheid, slaap, stemming en werkcontext in de beoordeling.
Wat betekent dit voor patiënten en zorg?
Voor mensen met long COVID kan dit onderzoek zowel geruststellend als confronterend zijn. Enerzijds laten de data zien dat er geen massale, ernstige cognitieve beschadiging is in deze relatief jonge groep: de meeste mensen blijven binnen de normale marges van standaardtests. Anderzijds bevestigt de studie dat de klachten niet “tussen de oren” zitten: er zijn wél aantoonbare, zij het subtiele, verschillen in denktempo en aandacht in vergelijking met mensen die volledig hersteld zijn van COVID.
Voor de zorg betekent dit dat het zinvol kan zijn om bij PCS aandacht te besteden aan:
- het vroeg herkennen van vertragingsklachten (bijvoorbeeld moeite met tempo houden op het werk);
- gerichte begeleiding en aanpassingen op school of werk (minder multitasken, meer herstelpauzes, minder tijdsdruk);
- ondersteuning bij psychische klachten, zonder die als enige verklaring voor de cognitieve problemen te zien;
- bevordering van fysieke belastbaarheid en spierkracht, bijvoorbeeld via revalidatie of fysiotherapie, als onderdeel van een breder herstelplan.
Tegelijkertijd toont het onderzoek de noodzaak van betere, specifiek op long COVID afgestemde cognitieve meetinstrumenten en van studies met goede gegevens van vóór de infectie. Alleen dan kan echt worden vastgesteld welk deel van de cognitieve problemen aan SARS-CoV-2 zelf toe te schrijven is en welk deel aan al bestaande kwetsbaarheden.
Bron
Volledige artikel (Engelstalig, open access):
https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/23744235.2025.2551665 Tandfonline
Nader toegelicht
Post-COVID-syndroom (PCS) / long COVID
Term voor klachten die minimaal 3 maanden na een SARS-CoV-2-infectie beginnen of aanhouden en minstens 2 maanden duren, zonder andere duidelijke verklaring.
Cognitieve sequelae
Letterlijk: restverschijnselen aan het denken. Hiermee worden blijvende of langdurige veranderingen in geheugen, aandacht, concentratie, verwerkingssnelheid en planning bedoeld.
Verwerkingssnelheid (processing speed)
Hoe snel je hersenen informatie kunnen opnemen, verwerken en er een reactie op kunnen geven. In dit onderzoek gemeten met de SDMT en TMT-A.
Montreal Cognitive Assessment (MoCA)
Een korte test van globale cognitieve functies (geheugen, aandacht, taal, visuospatiele vaardigheden). Een score onder 26 punten wordt vaak als afwijkend beschouwd.
Symbol Digit Modalities Test (SDMT)
Een test waarin deelnemers zo snel mogelijk symbolen aan cijfers moeten koppelen. Ze meet vooral verwerkingssnelheid en aandacht.
Trail Making Test (TMT) A & B
TMT-A: zo snel mogelijk genummerde rondjes in volgorde verbinden (1–2–3–…).
TMT-B: wisselen tussen cijfers en letters (1–A–2–B–…). TMT-B vraagt meer van de executieve functies (flexibel schakelen, plannen).
Executieve functies
“Hogere” controlefuncties van de hersenen, zoals plannen, beslissen, flexibel schakelen tussen taken en impulsen remmen.
Kessler Psychological Distress Scale (K10)
Vragenlijst met 10 items die de mate van psychische druk, zoals angst en depressieve klachten, in de afgelopen 4 weken in kaart brengt. Hogere scores = meer distress.
Handknijpkracht / hand grip strength
Meting van hoeveel kracht iemand met de hand kan zetten op een dynamometer. Wordt vaak gebruikt als simpele maat voor spierkracht en lichamelijke fitheid, en soms als indicator van “frailty” (kwetsbaarheid).
Body Mass Index (BMI)
Gewichtsmaat die je uitrekent door gewicht (kg) te delen door lengte in meters in het kwadraat (kg/m²). Hogere BMI betekent doorgaans meer overgewicht.
Variant of concern (VOC)
Virusvariant van SARS-CoV-2 die door internationale organisaties wordt aangemerkt als zorgwekkend, bijvoorbeeld vanwege hogere besmettelijkheid of ernstigere ziekte (zoals Alfa, Delta of Omikron).
Case-controlstudie (case-control study)
Onderzoeksopzet waarbij een groep met een bepaalde aandoening (hier: PCS) wordt vergeleken met een groep zonder die aandoening (maar verder zo vergelijkbaar mogelijk).