Long COVID (ook wel PASC genoemd) staat vooral bekend om klachten als vermoeidheid, benauwdheid en “brain fog”. Maar steeds vaker duikt een andere zorg op: mensen die na een SARS-CoV-2-infectie (COVID-19) voor het eerst diabetes ontwikkelen. In een uitgebreide review in Frontiers in Endocrinology zetten Shitaye en collega’s de huidige kennis op een rij en schetsen ze welke biologische mechanismen deze link kunnen verklaren.
Waarom is dit belangrijk?
Diabetes is al jaren een risicofactor voor een ernstig beloop van COVID-19. Wat nu extra aandacht krijgt, is de omgekeerde richting: COVID-19 (en vooral langdurige nasleep) kan mogelijk bijdragen aan het ontstaan van nieuwe diabetes, zowel type 1 als type 2. De auteurs benadrukken dat harde causaliteit lastig te bewijzen is (bijvoorbeeld door verborgen “prediabetes” vóór infectie), maar dat meerdere grote cohort- en databankstudies wél een verhoogd risico signaleren na een doorgemaakte infectie.
Wat is de kern van de hypothese?
De review beschrijft long COVID als een multisysteem-aandoening waarbij twee thema’s steeds terugkeren:
- Virale persistentie: restanten van virus (RNA/eiwitten) kunnen in bepaalde weefsels langer aanwezig blijven dan gedacht, mogelijk maanden tot jaren.
- Aanhoudende immuun- en ontstekingsactivatie: een ontregelde afweerreactie kan doorsudderen en allerlei organen beïnvloeden.
Volgens de auteurs kunnen deze processen samen uitmonden in ontregeling van de glucoseregulatie en uiteindelijk diabetes.
Hoe zou SARS-CoV-2 diabetes kunnen uitlokken?
1) Directe schade aan de alvleesklier (pancreas) en β-cellen
De alvleesklier maakt insuline in gespecialiseerde eilandjes (eilandjes van Langerhans). De review bespreekt aanwijzingen dat SARS-CoV-2 cellen in en rond deze eilandjes kan infecteren of verstoren. Dat kan leiden tot:
- minder insulineproductie of -afgifte
- stressreacties in cellen (o.a. ontstekingssignalen, celschade)
- veranderingen in celidentiteit (cellen gaan zich anders “gedragen”)
Dit pad is vooral relevant voor mechanismen richting type 1 diabetes (β-celverlies) en deels ook voor type 2 (β-celuitputting).
2) “Toegangspoorten” tot cellen: ACE2, TMPRSS2, NRP-1 en furine
SARS-CoV-2 gebruikt eiwitten op menselijke cellen om binnen te komen. De auteurs bespreken dat verschillende van zulke receptoren/enzymen ook (in bepaalde mate) in pancreasweefsel voorkomen, waaronder:
- ACE2 (bekend van de virusbinding)
- TMPRSS2 (knipt/activeert het spike-eiwit)
- Neuropilin-1 (NRP-1) (kan virusinvoer bevorderen)
- Furine (knipt het spike-eiwit op een belangrijke plek)
Belangrijk nuancepunt: studies verschillen over hoeveel ACE2/TMPRSS2 er precies in β-cellen zit, en of ze daar samen voorkomen. De review noemt methodologische verschillen (weefsel, meetmethode, donorvariatie) als verklaring voor tegenstrijdige bevindingen.
3) Systemische ontsteking → insulineresistentie
Zelfs zonder directe pancreasschade kan long COVID diabetesrisico verhogen via insulineresistentie: lichaamscellen reageren minder goed op insuline, waardoor glucose in het bloed stijgt. De review beschrijft meerdere routes:
- aanhoudend verhoogde ontstekingscytokinen (zoals IL-6 en TNF-α)
- verstoring van energiehuishouding in spieren (mitochondriale stress)
- ontsteking in vetweefsel
- endotheel- en vaatwanddysfunctie (microcirculatie en stollingsactivatie)
Dit sluit vooral aan bij het ontstaan van type 2 diabetes.
4) Ontregeling van het RAS-systeem (ACE2/angiotensine)
ACE2 is niet alleen een “deurknop” voor het virus, maar ook een belangrijke schakel in het renine-angiotensinesysteem (RAS) dat bloeddruk, vaatspanning, ontsteking en weefselreacties mee regelt. Het idee is dat virusbinding en internalisatie van ACE2 het evenwicht in dit systeem kan verstoren, met meer pro-ontstekings- en vaatvernauwende signalen als gevolg. De auteurs plaatsen dit als mogelijke overkoepelende route die meerdere organen tegelijk kan beïnvloeden, inclusief pancreas, vaten, vetweefsel en spieren.
5) Auto-immuniteit en verlies van immuuntolerantie (relevant voor type 1)
Voor type 1 diabetes is auto-immuniteit tegen β-cellen cruciaal. De review bespreekt dat virale infecties (mogelijk ook SARS-CoV-2) immuuntolerantie kunnen verstoren, onder meer via veranderingen in regulatoire T-cellen (Tregs) en interferonsignalen. Dat kan in theorie een auto-immuunproces aanjagen bij mensen die daar al aanleg voor hebben.
6) Virale RNA-restanten in “reservoirweefsels”
Een opvallend onderdeel is de aandacht voor weefselpersistentie: RNA (of fragmenten) van SARS-CoV-2 is in verschillende studies teruggevonden in uiteenlopende organen na de acute fase. De auteurs bespreken dat de pancreas daarbij als mogelijk reservoir genoemd wordt, en dat dit—via lokale ontsteking of directe verstoring—kan bijdragen aan β-celdisfunctie en insulineresistentie.
Wat betekent dit voor mensen met (of na) long COVID?
Deze publicatie is een review: hij bundelt bestaand bewijs en mechanistische verklaringen, maar is geen enkel klinisch experiment dat definitief “bewijst” dat long COVID diabetes veroorzaakt. Toch is de boodschap praktisch relevant:
- Heb je long COVID en merk je nieuwe klachten zoals extreme dorst, vaak plassen, onverklaarbaar gewichtsverlies, wazig zien of toegenomen vermoeidheid? Dan is het verstandig om glucose/HbA1c laagdrempelig te laten controleren.
- Ook zonder duidelijke klachten kan het zinvol zijn om bij risicofactoren (overgewicht, prediabetes, familiaire belasting) alert te zijn, zeker in het eerste jaar na infectie—precies omdat een deel van de beschreven routes (ontsteking, insulineresistentie) geleidelijk kan werken.
Link naar het oorspronkelijke artikel
https://www.frontiersin.org/journals/endocrinology/articles/10.3389/fendo.2025.1737894/full
Nader toegelicht
- Long COVID / PASC: klachten die weken tot maanden (of langer) aanhouden na een SARS-CoV-2-infectie; PASC staat voor Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2 infection.
- β-cellen: cellen in de alvleesklier die insuline maken.
- Insulineresistentie: lichaamscellen reageren minder goed op insuline; het lichaam moet meer insuline aanmaken om glucose te verwerken.
- ACE2: eiwit op cellen dat SARS-CoV-2 kan gebruiken om binnen te komen; ook onderdeel van een belangrijk regulatiesysteem in het lichaam.
- RAS (renine-angiotensinesysteem): hormonaal systeem dat o.a. bloeddruk, vaatspanning en ontstekingsreacties beïnvloedt.
- TMPRSS2: enzym (serineprotease) dat het spike-eiwit van het virus “activeert” zodat het makkelijker cellen binnendringt.
- Neuropilin-1 (NRP-1): receptor die in sommige contexten virusinvoer kan bevorderen.
- Furine: enzym dat eiwitten kan knippen; bij SARS-CoV-2 is dat relevant omdat het spike-eiwit een knipplaats heeft die infectiviteit kan beïnvloeden.
- Interferonen (IFN): signaalstoffen van het immuunsysteem die antivirale afweer aanzetten, maar bij ontregeling ook ontsteking en (in sommige modellen) β-celschade kunnen versterken.
- IRF1: Interferon Regulatory Factor 1; een regel-eiwit dat genexpressie in immuunroutes kan sturen en in deze review wordt besproken als mogelijke schakel met metabole ontregeling.
- NETosis/NETs: proces waarbij neutrofielen web-achtige structuren (NETs) uitscheiden; kan bijdragen aan ontsteking en stollingsactivatie.
- Pericyten: steun-/regelcellen rond kleine bloedvaatjes; in eilandjes van de pancreas helpen ze de doorbloeding en microcirculatie reguleren.
- iPSC: induced pluripotent stem cells; “omgeprogrammeerde” stamcellen die onderzoekers gebruiken om menselijke weefsels (zoals pancreasachtige cellen) in het lab te modelleren.