Slaapproblemen horen bij de meest gemelde klachten van mensen met long COVID (post-acute sequelae of COVID-19; PASC). Een nieuwe studie in SLEEP Advances keek niet alleen naar hoe mensen hun slaap ervaren, maar mat ook objectief hoe efficiënt ze slapen met een wearable. De uitkomst is opvallend: bijna iedereen met PASC rapporteert slechte slaap, maar de overgrote meerderheid haalt tóch een normale slaapefficiëntie op de Fitbit.
De onderzoekers includeerden 61 niet-gehospitaliseerde volwassenen met PASC (gemiddeld 45 jaar; 74% vrouw) en 28 herstelde controles. Zelfgerapporteerde slaapkwaliteit werd gemeten met de Pittsburgh Sleep Quality Index (PSQI); objectieve slaapefficiëntie met een Fitbit Charge 4 gedurende minimaal vijf aaneengesloten nachten. Daarnaast vulden deelnemers vragenlijsten in voor angst (BAI), depressie (BDI), posttraumatische stress (PCL-C) en vermoeidheid (FSS).
De kernresultaten:
- 96,7% van de PASC-groep voldeed aan de PSQI-drempel voor slechte slaapkwaliteit (PSQI ≥5).
- 93,9% behaalde echter een optimale slaapefficiëntie (≥85%) op de Fitbit; de gemiddelde efficiëntie was 88,2%.
- PASC-deelnemers rapporteerden langer inslapen, meer nachtelijke verstoringen en meer dagdysfunctie (moeite om wakker/alert te blijven, minder enthousiasme) dan controles, terwijl slaapduur en gebruik van slaapmiddelen niet verschilden.
- Slechtere subjectieve slaapkwaliteit hing samen met meer depressieve symptomen (BDI), ook na correctie voor leeftijd, geslacht, tijd sinds infectie, pre-existente slaapstoornissen en slaapmiddelen.
- Angst, PTSD en vermoeidheid hingen niet samen met de globale PSQI-score of met objectieve efficiëntie, maar wel met specifieke PSQI-componenten: angst en vermoeidheid met meer slaapverstoringen, PTSD met langere slaapduur, en vermoeidheid met meer dagdysfunctie.
- Objectieve parameters zoals minuten slaap, tijd in bed en REM-duur (gemiddeld ~90 min) lieten geen verband zien met angst, depressie, PTSD of vermoeidheid.
Wat betekent dit? Het onderzoek legt een duidelijke kloof tussen gevoel en meting bloot: mensen met long COVID voelen dat ze slecht slapen, terwijl hun horloge laat zien dat ze relatief efficiënt slapen. Zulke discrepanties zijn bekend in de slaapgeneeskunde en wijzen vaak op een sterke rol voor psychologische factoren en slaapperceptie. Dat de subjectieve slaapkwaliteit samenhangt met depressieve klachten onderstreept het belang om ervaring van de patiënt serieus te nemen en niet alleen naar de wearable-data te kijken.
Voor de praktijk betekent dit dat zorgprofessionals bij long COVID structureel naar slaap zouden moeten vragen, en — naast medisch onderzoek — ook evidence-based gedragsinterventies moeten overwegen, zoals cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i). Omdat slaap een modificeerbare factor is, kan gerichte behandeling de kwaliteit van leven verbeteren en mogelijk depressieve klachten verminderen. Tegelijkertijd heeft de studie beperkingen: Fitbits zijn minder precies dan polysomnografie, er was geen controlegroep met wearables, het design was cross-sectioneel (geen causaliteit), en de steekproef was relatief homogeen en hulpzoekend — factoren die generaliseerbaarheid kunnen beperken.
Kortom: bij niet-gehospitaliseerde volwassenen met long COVID is subjectief slechte slaap de regel, ondanks vaak normale objectieve efficiëntie. Dat spanningsveld vraagt om zorg op maat waarin zowel beleving als meting een plek krijgen.
Link naar het oorspronkelijke artikel:
https://academic.oup.com/sleepadvances/article/6/3/zpaf051/8234326?login=false
Nader toegelicht
- PASC / long COVID: klachten die ≥30 dagen na een SARS-CoV-2-infectie aanhouden of terugkeren.
- PSQI (Pittsburgh Sleep Quality Index): vragenlijst voor subjectieve slaapkwaliteit (score ≥5 = slecht).
- Slaapefficiëntie: percentage slaaptijd ÷ tijd in bed; ≥85% geldt doorgaans als goed.
- Wearable / actigrafie: pols-/activiteitsmeting die slaap-waakpatronen indirect schat via beweging/hartritme.
- BAI / BDI / PCL-C: vragenlijsten voor angst, depressie en posttraumatische stress.
- REM-slaap: slaapfase belangrijk voor geheugen en emotieregulatie.
- CGT-i: cognitieve gedragstherapie voor insomnie, met o.a. stimuluscontrole, slaaprestrictie en cognitieve technieken.
- Dagdysfunctie (PSQI): moeite wakker te blijven/enthousiasme vol te houden overdag.