Vanmiddag zag ik op FD.nl een opiniestuk waarin drie heren betoogden dat belasting betalen over geld dat je nog niet hebt de beste keuze is voor ons allemaal.
Ik zat het stuk te lezen met een kop koffie die langzaam koud werd. Niet omdat ik zo diep moest nadenken, maar omdat ik steeds harder begon te lachen. Dat is gevaarlijk, want dan denkt de omgeving dat je vrolijk bent. Terwijl ik eigenlijk alleen maar las hoe drie uiterst serieuze heren ons kwamen uitleggen dat belasting heffen op geld dat je nog helemaal niet hebt “economisch superieur” is.
Economisch superieur. Dat zeggen mensen altijd vlak voordat jij je portemonnee moet trekken.
Het nieuwe wondermiddel heet vermogensaanwasbelasting. Dat is belasting betalen over winst die je nog niet hebt gemaakt, niet hebt ontvangen en waar je ook geen brood van kunt kopen. Maar volgens de schrijvers is dat geen probleem, want het staat “in de boeken”. En boeken liegen niet. Behalve als ze over belastingen gaan.
U kent het wel: uw huis stijgt op papier met een ton. Gefeliciteerd! Hier is de Belastingdienst. U mag nu een deel van die papieren ton in echte euro’s overmaken. Hoe? Dat is uw probleem. Misschien kunt u een baksteen verkopen. Of uw kinderen.
Maar maakt u zich geen zorgen, zeggen de heren geruststellend. Dat leidt zelden tot problemen. Zelden. Dat is dezelfde geruststelling als: “Deze brug stort zelden in.”
Wat mij vooral trof was het diepe wantrouwen tegen beleggers. Beleggers zijn in dit stuk een soort moreel verdorven wezens die ’s ochtends wakker worden met één gedachte: hoe kan ik vandaag de staatskas dwarszitten door mijn aandelen niet te verkopen? Uitstelgedrag! Timing! Het klinkt alsof beleggen een vorm van fiscaal hooliganisme is.
Nee. Mensen stellen verkoop uit omdat ze denken dat het later meer waard is. Dat heet beleggen. Dat deden mensen al ver voordat economen besloten dat dit moreel verdacht gedrag was.
En dan komt het mooiste argument: beleggers mogen geen controle meer hebben over het moment waarop ze belasting betalen. Dat wordt gepresenteerd als vooruitgang. Ik vond dat ontroerend. “U mag niet zelf beslissen wanneer u belasting betaalt.” Dat is alsof de ober zegt: U mag niet kiezen wanneer u eet, dat is efficiënter.
Ook fijn: spaarders en beleggers worden nu eindelijk gelijk behandeld. Dat klinkt nobel, maar voelt een beetje als zeggen dat iedereen even nat wordt als het dak lekt. In plaats van het dak te repareren, gooien we ook water over de bank.
En dan komen we bij mijn favoriete onderwerp: realiteit. Of beter gezegd, het gebrek daaraan.
Ik ben altijd een groot fan geweest van het realiteitsbeginsel. Je rekent af als er iets is. Je betaalt na het eten. Je krijgt loon nadat je gewerkt hebt. En je betaalt belasting als je winst hebt gerealiseerd. Niet omdat dat ideologisch zo fraai is, maar omdat het praktisch, juridisch en menselijk logisch is.
Maar dat is ineens ouderwets. Dat is verdacht. Volgens de nieuwe fiscale poëzie bestaat winst zodra iemand haar kan bedenken. Zodra ze op een spreadsheet verschijnt. En wie haar kan bedenken, kan haar belasten. Dat is geen belastingstelsel meer, dat is fiscale telepathie.
Pas bij verkoop weet je drie dingen zeker:
één: hoeveel je echt hebt verdiend;
twee: dat je het geld daadwerkelijk hebt;
drie: dat je de belasting kunt betalen zonder je schoenen te verkopen.
Maar overzicht is blijkbaar niet meer van deze tijd.
En als je dan voorzichtig zegt: zou het niet logischer zijn om gewoon bij realisatie te belasten, zoals vrijwel elk belastingstelsel ter wereld doet? — dan krijg je te horen dat je eigenlijk terug wilt naar chaos. Naar ontwijking. Naar dikke sigaren en Rolexen.
Dat is onzin.
Er bestaat namelijk zoiets als een moderne vermogenswinstbelasting. Geen stoffig museumstuk, maar een volwassen systeem. Met inflatiecorrectie, zodat je niet wordt belast op winst die eigenlijk alleen maar geldontwaarding is. Met progressieve tarieven. Met voorheffingen, zodat niemand eeuwig kan blijven uitstellen. En met verliesverrekening die niet ophoudt precies op het moment dat het pijn begint te doen.
Maar nee, dat zou allemaal te ingewikkeld zijn. Terwijl men ondertussen een systeem voorstelt met waarderingsdiscussies, uitzonderingen, voorheffingen, betalingsregelingen en doorschuifconstructies. Het is alsof iemand zegt dat een fiets te complex is en je daarom een straaljager aanbiedt. Eentje die het niet doet.
En dan die prachtige geruststelling: “De Belastingdienst kan altijd een betalingsregeling treffen.” Dat is geen oplossing, dat is een pleister op een zelf toegebrachte wond. Spring gerust van de klif, er staat beneden misschien iemand om je op te vangen. Met een formulier.
Misschien ben ik ouderwets. Maar ik vind het idee dat de staat eerst zijn hand ophoudt en daarna vraagt of je het geld eigenlijk al hebt, een tikje brutaal. Belastingen horen stevig te zijn, niet speculatief. Ze horen voorspelbaar te zijn, niet filosofisch.
Belasting op gerealiseerde winst is geen trucje van de rijken. Het is een afspraak met de werkelijkheid.
Maar goed. Het staat geschreven.
En wat geschreven is, is waar.
Tot het over geld gaat.