Het fijne van Nederland is dat we altijd precies weten wie er hysterisch is. Dat zijn nooit de ministers. Nooit de staatssecretarissen. Nooit de hoogleraren met een columnruimte en een PowerPoint. Nee, hysterisch zijn altijd de burgers. Beleggers bijvoorbeeld. Die zijn tegenwoordig “hysterisch” omdat ze niet staan te juichen bij het idee dat ze belasting mogen betalen over geld dat ze nog niet hebben.
Papieren winst. Het is een prachtig woord. Het klinkt alsof je het kunt vouwen, in een envelop stoppen en naar de Belastingdienst kunt sturen met een postzegel van PostNL erbij. Maar papieren winst bestaat alleen in Den Haag. En op universiteiten waar economen wonen die nog nooit hun eigen spaarrekening hebben hoeven leegtrekken om de fiscus te vriend te houden.
Econoom Bas Jacobs, hoogleraar en professioneel geruststeller, noemt het nieuwe box 3-stelsel een “majeure verbetering”. Wie ben ik om een hoogleraar tegen te spreken. Ik ben maar een belastingbetaler die begrijpt dat je geen belasting kunt betalen van iets wat nog niet bestaat. Maar blijkbaar is dat een ouderwetse gedachte. Net zo ouderwets als het idee dat je pas iets afdraagt als je het hebt ontvangen.
Jacobs vindt de ophef “hysterisch”. Dat is knap, want hij slaagt erin om hysterisch positief te zijn zonder ook maar één seconde stil te staan bij het simpele feit dat mensen straks hun beleggingen moeten verkopen om belasting te betalen over winst die morgen weer verdampt kan zijn. Dat verliezen later “verrekenbaar” zijn is fijn voor het proefschrift, maar waardeloos voor de koelkast thuis. De belastingdienst accepteert immers geen verlies in broccoli.
En ja hoor, in het FD lezen we dat beleggers hun geld massaal verplaatsen. Naar Spanje. Vastgoed. Zon. Droogte. Overstroming. Maar dat maakt niet uit. Het signaal is duidelijk: als je mensen belast op lucht, vertrekken ze naar plekken waar de lucht tenminste warm is.
Zelfs Elon Musk schijnt zich kapot te lachen. Maar goed, dat is dan weer klein bier. Elon lacht altijd.
Wie wel serieus moet lachen is de staat zelf. Want vechten tegen de staat is een sport waarbij je altijd verliest. Tenzij je een zes meter hoog bronzen kunstwerk kunt meeslepen.
Yasmin Molleman, toeslagenouder, deed iets revolutionairs: ze hield de overheid aan de wet. Dat bleek juridisch toegestaan, maar moreel onacceptabel. Want zodra een burger hetzelfde instrument gebruikt als de staat — een dwangsom — wordt het ineens “misbruik van recht”.
De staat betaalde niet. Dus legde Molleman beslag. Niet op een bankrekening, want die zijn heilig. Niet op een gebouw, want dat is publiek. Nee, op kunst. Want kunst is blijkbaar het enige bezit van de overheid dat wel mag worden afgevoerd. Symbolischer kan het niet: de staat die liever zijn kunst redt dan zijn belofte nakomt.
En wat doet de overheid? Die stuurt de landsadvocaat. Dreigt met een rechtszaak. Eist een verbod. Met dwangsom. Tegen iemand die al jaren wacht op geld dat haar is toegezegd. Wie denkt dat dit Kafka is, onderschat de Nederlandse efficiëntie. Kafka had hier een subsidieaanvraag voor moeten indienen.
En terwijl burgers keurig belasting betalen over niet-bestaande winsten, mag de politiek ondertussen rustig doen alsof een cv ook maar een interpretatie is.
Beoogd staatssecretaris Nathalie van Berkel had haar cv “naar eer en geweten, op basis van haar geheugen” ingevuld. Dat is mooi. Ik vul mijn belastingaangifte voortaan ook zo in. Op basis van mijn gevoel. En mijn herinnering aan betere tijden.
Een master bleek een pre-master. Een studie bleek een poging. Een universiteit bleek een gebouw waar ze wel eens langs is gefietst. Maar geen probleem. Ze had het “wel explicieter kunnen opschrijven”. Dat is politiek voor: het stond er niet, maar het voelde wel zo.
En dan komt Rob Jetten, die het allemaal een beetje wegpoetst. Geen opzet. Geen kwaad. Geen probleem. Alsof het hier gaat om een verkeerd ingevulde postcode en niet om iemand die straks verantwoordelijk wordt voor miljarden aan belastinggeld.
Het is opvallend hoe mild de politiek is voor zichzelf. Burgers moeten alles bewijzen. Politici mogen zich vergissen. Burgers frauderen. Politici herinneren zich dingen anders.
Intussen wordt ook het WIA-stelsel “vereenvoudigd”. Omdat het UWV vastloopt. En als iets vastloopt in Nederland, dan schaffen we het af. Behalve ministers.
ASR-topman Jos Baeten durfde het hardop te zeggen: we slopen een beschermingslaag voor mensen die echt niet meer kunnen werken, omdat de uitvoering niet deugt. Niet omdat het systeem verkeerd is, maar omdat het niet lekker loopt in de praktijk. Dat is alsof je de brandweer opheft omdat het te druk is met branden.
Er is een oplossing: medische dossiers gebruiken. Maar dat vraagt vertrouwen. En vertrouwen is iets wat de overheid vooral van burgers eist, niet van zichzelf.
Tot slot, als toegift, het advies om de lonen van politici met 15 tot 18 procent te verhogen. Stilletjes gepubliceerd. Terwijl ambtenaren op de nullijn staan. Want besturen is zwaar. Zeker als je constant moet uitleggen waarom anderen de rekening krijgen.
Misschien moeten we politici ook maar belasten op ongerealiseerde verdiensten. Op het idee dat ze ooit verantwoordelijkheid gaan nemen. Op de belofte dat ze het beter gaan doen.
Papieren integriteit. Dat lijkt me een mooie nieuwe belastinggrondslag.
En als iemand daar hysterisch van wordt, weten we inmiddels: dat zal de burger wel zijn.