De rechtbank beoordeelt het beroep van de werkgever tegen de beslissing van het UWV om geen IVA-uitkering toe te kennen aan een werknemer die uitviel wegens Long Covid. Het UWV had wel vastgesteld dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam, en daarom slechts een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend.
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van Long Covid en volledige arbeidsongeschiktheid. Het geschil draait om de vraag of de beperkingen duurzaam zijn. De werkgever stelt dat er geen reële behandelmogelijkheden zijn en dat de belastbaarheid niet zal verbeteren. Het UWV meent daarentegen dat verbetering mogelijk is, met name door toepassing van de zogenoemde pacing-techniek.
De rechtbank volgt het UWV. Zij stelt vast dat pacing een erkende behandelmethode is bij Long Covid, waarbij activiteiten zorgvuldig worden opgebouwd op basis van de belastbaarheid van de patiënt. Dat deze methode ten tijde van de beoordeling beschikbaar was, betekent dat niet kan worden gezegd dat er geen behandelmogelijkheden bestonden.
Verder oordeelt de rechtbank dat de pacingbehandeling bij de werknemer niet volledig is doorlopen. Hoewel de bedrijfsarts en fysiotherapeut elementen van pacing hebben toegepast, is de behandeling voortijdig beëindigd, onder meer vanwege het stoppen van vergoeding. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de behandeling geen effect zou hebben gehad. Volgens de rechtbank is begeleiding door een deskundige essentieel voor een volledige toepassing van pacing.
Omdat de behandeling niet is afgerond en pacing als geschikte methode wordt beschouwd, acht de rechtbank het aannemelijk dat verbetering van de belastbaarheid nog mogelijk is. Daarmee is sprake van een redelijke verwachting van herstel op korte termijn en dus geen duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA.
Het UWV heeft daarom terecht een IVA-uitkering geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 maart 2026, BRE 24/4062 WIA, ECLI:NL:RBZWB:2026:1706