De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser per 9 april 2024 voor 66,14% arbeidsongeschikt is en niet volledig arbeidsongeschikt. Eiser, voormalig fysiotherapeut, kampt sinds meerdere coronabesmettingen met ernstige en aanhoudende post-covidklachten, waaronder verminderde energie, cognitieve problemen en overgevoeligheid voor prikkels. Hij stelt dat hij niet in staat is om vier uur per dag en twintig uur per week te werken en dat zijn beperkingen zijn onderschat.
Na afloop van de wachttijd heeft het UWV aan eiser een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend, later omgezet in een vervolguitkering met toeslag. In bezwaar is het arbeidsongeschiktheidspercentage, na aanpassing van het maatmanloon, vastgesteld op 66,14%.
De rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig. De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben de klachten van eiser, waaronder fysieke en mentale beperkingen, cognitieve problemen en beperkte inspanningstolerantie, kenbaar betrokken bij hun beoordeling. In de Functionele Mogelijkhedenlijst zijn forse beperkingen opgenomen, waaronder een urenbeperking tot vier uur per dag en twintig uur per week, beperkingen ten aanzien van prikkelbelasting, werktempo, deadlines, sociaal functioneren en fysiek belastende arbeid.
Volgens de rechtbank hebben de artsen overtuigend gemotiveerd dat, ondanks de aanzienlijke klachten, geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Er ontbreken medisch objectiveerbare afwijkingen die verdergaande beperkingen rechtvaardigen. De door eiser overgelegde medische informatie beschrijft vooral zijn ervaren klachten, maar bevat geen objectieve gegevens waaruit blijkt dat het UWV zijn beperkingen heeft onderschat. Vaste rechtspraak brengt mee dat niet de subjectieve beleving, maar medisch objectiveerbare beperkingen doorslaggevend zijn.
Ook arbeidskundig acht de rechtbank de beoordeling inzichtelijk en toereikend gemotiveerd. De geselecteerde voorbeeldfuncties, zoals schadecorrespondent, archiefmedewerker en medewerker postverzorging (intern), sluiten aan bij de vastgestelde belastbaarheid. De arbeidsdeskundige heeft toegelicht dat de werkomstandigheden passend zijn en zo nodig aanpasbaar. De berekende mate van verlies aan verdienvermogen van 66,14% is niet afzonderlijk bestreden.
De rechtbank begrijpt dat eiser zijn beperkingen als ernstig en invaliderend ervaart, maar ziet geen aanleiding om te oordelen dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid onjuist heeft vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond.
Rechtbank Overijssel, 15 december 2025, zaaknummer ak_25_1221, ECLI:NL:RBOVE:2025:7308