De rechtbank oordeelt over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres per 2 oktober 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Aanvankelijk was haar mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 47,42% en ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering. Na bezwaar van de ex-werkgever is de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast en is de arbeidsongeschiktheid herberekend op 28,59%. Omdat dit onder de 35%-grens ligt, is het recht op WIA-uitkering vervallen.
Eiseres voert in beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest omdat zij in bezwaar alleen via beeldbellen is gezien door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Daarnaast meent zij dat haar herstelbehoefte en urenbeperking onjuist zijn beoordeeld en dat haar beperkingen ten aanzien van computerwerk onvoldoende zijn vastgelegd.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep een spreekuurcontact via beeldbellen in beginsel gelijkgesteld kan worden aan een fysiek spreekuur, mits sprake is van interactie, observaties zijn vastgelegd en het onderzoek zorgvuldig is verricht. Uit het rapport blijkt dat een 40 minuten durend videogesprek heeft plaatsgevonden, waarbij klachten, dagverhaal en psychische observaties zijn besproken. Dat daarnaast een medische secretaresse aanwezig was, maakt dit niet onzorgvuldig. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een fysiek consult tot andere informatie zou hebben geleid.
Ten aanzien van de herstelbehoefte stelt eiseres dat zij dagelijks extra rustmomenten liggend in een donkere ruimte nodig heeft en slechts vier dagen per week kan werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft echter een urenbeperking van zes uur per dag aangenomen en geen medische noodzaak gezien voor extra slaappauzes of een vierdaagse werkweek. De door eiseres overgelegde brieven van haar fysiotherapeut en huisarts bevatten volgens de rechtbank geen objectieve medische onderbouwing voor verdergaande beperkingen. Dat rustmomenten feitelijk zijn toegepast, betekent niet dat deze medisch noodzakelijk zijn.
Wat betreft het computerwerk overweegt de rechtbank dat de concentratie- en vermoeidheidsklachten zijn vertaald in beperkingen in de FML, onder meer ten aanzien van prikkelbelasting en het hanteren van deadlines. Eiseres heeft niet met medische stukken onderbouwd dat zwaardere beperkingen noodzakelijk zijn.
Nieuwe beroepsgronden die pas op de zitting zijn aangevoerd, onder meer over aanvullend onderzoek naar slaapstoornissen en long-covid, laat de rechtbank buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank concludeert dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig is verricht en dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%. Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 26 mei 2025, 24/7549, ECLI:NL:RBMNE:2025:3340