De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van eiser per 3 april 2023 na een eerstejaars ZW-beoordeling. Eiser, voormalig zelfstandig kok, meldde zich in februari 2022 ziek met long-covidklachten. Het Uwv stelde in een Functionele Mogelijkhedenlijst beperkingen vast, waaronder een urenbeperking van zes uur per dag en dertig uur per week, en beëindigde de uitkering omdat eiser meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
In bezwaar handhaafde het Uwv dit standpunt. In beroep voerde eiser aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat hij in de primaire fase niet door een geregistreerd verzekeringsarts was gezien en in bezwaar slechts telefonisch contact had plaatsgevonden. Ook vond hij dat zijn beperkingen, met name zijn vermoeidheid en recuperatiebehoefte, waren onderschat en dat een verdergaande urenbeperking nodig was.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek inderdaad onzorgvuldig was. Nu in de primaire fase geen spreekuurcontact met een verzekeringsarts had plaatsgevonden, had eiser in bezwaar door een verzekeringsarts bezwaar en beroep moeten worden onderzocht. De motivering om daarvan af te zien was onvoldoende. Daarmee is het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb.
De rechtbank schakelde vervolgens een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige in. Deze verrichtte zorgvuldig onderzoek, betrok alle medische informatie en concludeerde dat geen aanleiding bestond voor een verdergaande urenbeperking. Wel achtte hij eiser op diverse punten van dynamische en statische belasting verder beperkt, onder meer bij tillen, dragen, lopen, buigen en staan. Het Uwv nam deze aanvullende beperkingen over in een nieuwe FML. Arbeidskundig leidde dit tot het vervallen van één functie, maar met andere passende functies kon eiser nog steeds 68,3% van zijn maatmaninkomen verdienen.
De rechtbank volgt het deskundigenrapport, omdat dit zorgvuldig tot stand is gekomen en overtuigend is gemotiveerd. Dat eiser meent dat zijn belastbaarheid te positief is ingeschat, is onvoldoende om het oordeel van de deskundige terzijde te schuiven. Hoewel het oorspronkelijke besluit zowel medisch als arbeidskundig gebrekkig was, zijn deze gebreken in beroep hersteld. Omdat eiser daardoor niet is benadeeld, past de rechtbank artikel 6:22 Awb toe.
Het beroep is ongegrond. Wel moet het Uwv het griffierecht vergoeden en wordt het veroordeeld in de proceskosten.
Rechtbank Midden-Nederland, 3 september 2025, UTR 23/6376, ECLI:NL:RBMNE:2025:4919