De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de weigering van het UWV om haar per 18 juli 2023 in aanmerking te brengen voor een IVA-uitkering. Aan eiseres was eerder per 2 februari 2023 een WIA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Nadat eiseres had gemeld dat haar gezondheidssituatie was gewijzigd, handhaafde het UWV bij besluit van 1 november 2023 en in bezwaar bij besluit van 6 juni 2024 het standpunt dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Volgens het UWV bestond een redelijke of goede verwachting dat haar belastbaarheid in het eerstkomende jaar zou verbeteren.
In beroep is uitsluitend in geschil of de volledige arbeidsongeschiktheid van eiseres duurzaam is, waarbij 18 juli 2023 als datum in geding geldt. Het UWV heeft zich gebaseerd op het beoordelingskader “Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen” en geconcludeerd dat sprake was van een reële herstelkans. De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep een inschatting van herstelkansen concreet en individueel moet worden onderbouwd, met aandacht voor het te verwachten resultaat van behandeling voor de betrokkene.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsartsen hun standpunt onvoldoende hebben toegespitst op de persoonlijke situatie van eiseres. De motivering bevat vooral algemene overwegingen en gaat onvoldoende in op haar specifieke klachten, waaronder long covid. Uit informatie van de behandelend revalidatiearts en ergotherapeut blijkt bovendien dat behandelingen al vóór de datum in geding waren beëindigd vanwege de zeer beperkte belastbaarheid van eiseres. Daarmee was op dat moment al duidelijk dat in het eerstkomende jaar geen of nauwelijks verbetering te verwachten was. Ook een verdere verbetering op langere termijn acht de rechtbank, gelet op het dossier, niet aannemelijk. Het bestreden besluit lijdt daarom aan een motiveringsgebrek.
Omdat niet te verwachten valt dat het UWV dit gebrek alsnog deugdelijk kan herstellen, voorziet de rechtbank zelf in de zaak. Zij herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 18 juli 2023 recht heeft op een IVA-uitkering. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. Het UWV moet het griffierecht vergoeden en wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.814.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 mei 2025, BRE 24/5409 WIA, ECLI:NL:RBZWB:2025:3032