De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de volledige arbeidsongeschiktheid van de (ex-)werkneemster met post-covidklachten niet duurzaam zou zijn. In een eerdere tussenuitspraak was al vastgesteld dat het beoordelingskader voor duurzaamheid niet concreet en individueel was toegepast. In het aanvullende rapport herhaalt de verzekeringsarts bezwaar en beroep slechts dat er veel onduidelijkheid bestaat over post-covid en dat daarom geen duurzaamheid kan worden aangenomen. De rechtbank acht dit wederom onvoldoende, omdat een concrete en op de persoon toegesneden afweging ontbreekt. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en kent met ingang van 1 augustus 2023 een IVA-uitkering toe. Ook worden proceskosten en griffierecht vergoed.
Rechtbank Overijssel, 17 april 2025, zaaknummer ZWO 24/2470, ECLI:NL:RBOVE:2025:2434