De rechtbank beoordeelt het beroep van een werkgeefster, eigenrisicodrager, tegen het besluit van het Uwv om aan een werknemer per 18 november 2023 een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen. De werknemer is sinds 20 november 2021 uitgevallen wegens gezondheidsklachten en lijdt onder meer aan postcovidsyndroom (longcovid). Volgens het Uwv is hij volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt, omdat nog herstel mogelijk zou zijn. Daarom is geen IVA-uitkering toegekend.
De werkgeefster stelt dat de werknemer volledig én duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossieronderzoek verricht, medische informatie betrokken en de bezwaargronden inhoudelijk besproken. Er bestond geen verplichting om aanvullende informatie bij behandelaars op te vragen.
Kern van het geschil is of de volledige arbeidsongeschiktheid duurzaam is in de zin van de Wet WIA. Volgens vaste rechtspraak moet de inschatting van herstelkansen berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de individuele omstandigheden. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat bij postcovid in het algemeen herstel mogelijk is en dat een klacht-contingente, multidisciplinaire behandeling verbetering kan geven.
De rechtbank oordeelt dat deze motivering tekortschiet. De verzekeringsarts heeft slechts in algemene zin gewezen op mogelijke herstelkansen bij postcovid, zonder dit concreet toe te passen op de situatie van deze werknemer. Daarbij is erkend dat sprake is van een complex en overlappend ziektebeeld, waarbij niet kan worden ingeschat welk effect behandeling zal hebben op de belastbaarheid. Een concrete onderbouwing van de herstelkans ontbreekt daarmee. Als op basis van de huidige stand van de wetenschap geen preciezere inschatting mogelijk is, moet worden geconcludeerd dat verbetering van de belastbaarheid niet concreet te onderbouwen is en de beperkingen vooralsnog duurzaam zijn.
Het bestreden besluit lijdt daarom aan een motiveringsgebrek. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en voorziet zelf in de zaak. De werknemer heeft met ingang van 18 november 2023 recht op een IVA-uitkering. Het Uwv moet het griffierecht en de proceskosten vergoeden.
Rechtbank Midden-Nederland, 21 mei 2025, UTR 24/4297, ECLI:NL:RBMNE:2025:2485