De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bij werkneemster met long covid geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid. Hoewel zij volledig arbeidsongeschikt is, heeft het UWV niet concreet onderbouwd welke behandeling tot herstel kan leiden, wat de kans van slagen is en welk effect dit heeft op haar belastbaarheid. Het verwijzen naar een multidisciplinair traject bij een longcovidcentrum is onvoldoende, nu niet is toegelicht waar, wanneer en met welk verwacht resultaat dit zou plaatsvinden. Gezien de verzwaarde motiveringsplicht bij een werkgeversberoep en het ontbreken van een concrete prognose, is het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is gegrond en het UWV moet een nieuw besluit nemen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 februari 2025, BRE 24/2956 WGA, ECLI:NL:RBZWB:2025:604