De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen het besluit van het Uwv waarbij zij per 9 november 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht en haar loongerelateerde WGA-uitkering per 21 maart 2024 is beëindigd. Aanleiding voor de herbeoordeling was een verzoek van de ex-werkgever. Het Uwv stelde Functionele Mogelijkhedenlijsten (FML’s) op per 9 november 2022 en per 20 maart 2024 en nam een urenbeperking aan van maximaal vijf uur per dag en 25 uur per week.
De rechtbank oordeelt dat in dit geval sprake is van twee data in geding: 9 november 2022, de datum van het herbeoordelingsverzoek, en 21 maart 2024, de datum waarop de uitkering feitelijk is beëindigd. Daarbij weegt mee dat geen afzonderlijke beëindigingsbrief is verzonden waartegen eiseres rechtsmiddelen kon aanwenden. Partijen hebben ter zitting bevestigd dat beide data in deze procedure moeten worden beoordeeld.
Ten aanzien van de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek oordeelt de rechtbank dat het Uwv voldoende medische informatie heeft betrokken, waaronder diverse specialistische brieven. Er bestond geen verplichting om aanvullende informatie op te vragen, nu niet is gebleken dat relevante gegevens ontbraken.
Eiseres betwist echter de inhoudelijke medische beoordeling en heeft een rapport overgelegd van een eigen verzekeringsarts. Deze acht eiseres op beide data verdergaand beperkt, onder meer wat betreft fysieke belasting en urenbeperking. In reactie daarop heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in beroep een aanvullende beperking voor geluidsbelasting aangenomen en de FML’s aangepast. Daarmee bevat het bestreden besluit een motiveringsgebrek, omdat deze nadere onderbouwing pas in beroep is gegeven.
Gelet op de uiteenlopende medische standpunten en het onderbouwde rapport van de door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts, acht de rechtbank twijfel aanwezig over de juistheid van de medische beoordeling. Daarom wordt een onafhankelijke deskundige benoemd om de belastbaarheid van eiseres op beide data in geding te beoordelen. Een definitief oordeel over de passendheid van de geselecteerde functies wordt aangehouden.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.
Rechtbank Midden-Nederland, 19 mei 2025, zaaknummer UTR 24/4699-T, ECLI:NL:RBMNE:2025:3337