De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de weigering van het UWV om haar per 22 januari 2024 een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres, werkzaam als junior officemanager voor 16 uur per week, is op 24 januari 2022 uitgevallen na een covidinfectie. Daarnaast had zij psychische klachten en het prikkelbaar darmsyndroom. Het UWV heeft vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De medische beoordeling is gebaseerd op onderzoek door een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Zij hebben dossieronderzoek verricht, eiseres onderzocht en informatie van de bedrijfsarts en behandelend psychiater betrokken. In de Functionele Mogelijkhedenlijst van 14 juli 2024 zijn beperkingen opgenomen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden. Ook is een urenbeperking aangenomen van 20 uur per week, 4 uur per dag.
Eiseres stelt dat haar longcovid- en psychische klachten zijn onderschat en dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft. Zij wijst op ernstige vermoeidheid, concentratieproblemen en beperkte belastbaarheid, en verzoekt om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De rechtbank oordeelt echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. De verzekeringsartsen hebben rekening gehouden met haar klachten en uitgebreide beperkingen aangenomen, waaronder een forse urenbeperking. De informatie van de behandelend psychiater en bedrijfsarts laat bovendien lichte verbetering zien. Er is geen aanleiding om te concluderen dat eiseres geen benutbare mogelijkheden heeft of verdergaand beperkt is dan in de FML is vastgelegd. Daarom wordt geen deskundige benoemd.
De arbeidsdeskundige heeft drie functies geselecteerd: archiefmedewerker, medewerker postverzorging intern en productiemedewerker industrie (samensteller). Volgens eiseres zijn deze functies ongeschikt, onder meer vanwege schermwerk en zelfstandige taakinvulling. De rechtbank volgt dit niet. De arbeidsdeskundige heeft toereikend gemotiveerd dat de functies passen binnen de vastgestelde beperkingen en dat geen overschrijding van de belastbaarheid plaatsvindt.
Op basis van de geselecteerde functies is de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 19,28%. Omdat dit minder is dan de wettelijke grens van 35%, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2025, BRE 24/6479 WIA, ECLI:NL:RBZWB:2025:3468